Montignac

De methode in het kort

Volgens Michel Montignac heeft calorie├źn tellen geen zin, we worden niet dik omdat we veel eten, maar omdat we slecht eten. Je hoeft niet te letten op de hoeveelheid die je eet, je eet net zoveel totdat je genoeg hebt. De hoeveelheid die je eet heeft geen enkele invloed op het afslanken, als je je verder maar aan de ‘spelregels’ houd van de methode Montignac.

– De alvleesklier
Glucose is de brandstof bij uitstek voor het lichaam, en bovendien onmisbaar voor het goed functioneren van de hersenen. Daarom bevat bloed altijd glucose. Deze aanwezigheid wordt uitgedrukt met de term bloedglucosespiegel, bloedsuikerspiegel of glycemie en deze bedraagt op de nuchtere maag gewoonlijk 1 gram glucose per liter bloed. Wanneer je een koolhydraat eet zal de bloedglucosespiegel in overeenstemming met de geabsorbeerde glucose stijgen. De glycemie zal dus stijgen en een piek bereiken. De alvleesklier gaat vervolgens insuline afscheiden die de overtollige glucose uit het bloed opslaat in je spieren en lever, voor later gebruik. De hoeveelheid insuline die afgescheiden wordt is in normale omstandigheden en bij een slank iemand, net genoeg om de glycemie weer tot een normaal niveau te doen dalen. Bij iemand met overwicht daarentegen zal er te veel insuline afgescheiden worden. Dit heet hyperinsulinemie. En juist het te veel afscheiden van insuline leid tot vetopslag! Hyperinsulinemie is dus de grote boosdoener van gewichttoename, het is geen ziekte, maar wel een stofwisselingsstoornis. Zwaarlijvige personen hebben een alvleesklier die minder goed of slecht werkt. De meeste mensen worden geboren met een normaal functionerende alvleesklier, maar door jarenlang een verkeerde manier van eten met als gevolg een overbelasting van de alvleesklier slaat die op een gegeven moment op hol. Soms word je geboren met een zwakke alvleesklier, dat is dan een erfelijke factor. Dan manifesteert het dik worden zich meestal al in de kindertijd, de alvleesklier heeft dan niet de gewone gezonde weerstand en functioneert al veel vroeger niet naar behoren dan bij mensen met een normaal functionerende alvleesklier.

– Glycemische index
Op de site staat de tabel van dea. De glycemische index van een koolhydraat is een getal wat aangeeft hoe sterk de glucosespiegel in het bloed omhoog gaat. Hoe lager het getal hoe beter. Slechte koolhydraten zijn alle koolhydraten die boven de GI van 50 komen, en goede koolhydraten zijn deze die daaronder zitten. Glucose/dextrose staat standaard op 100 gesteld, en is dus een voorbeeld van een zeer slechte koolhydraat. Paddestoelen hebben een glycemische index van 5, en zijn weer zeer goed. Glycemische index korten we af met GI.

  • Slechte koolhydraten
    Slechte koolhydraten zijn de koolhydraten die een sterke stijging van de glucose veroorzaken (hyperglycemie) Hieronder vallen o.a.: alle geraffineerde meelsoorten, suiker, honing, melkchocola, maple sirup, sommige zoetstoffen, dextrose, mais, gekookte wortelen, rode bieten, aardappelen, koolraap (zie verder de GI tabel) Deze produkten mag je dus, vooral in de afslank fase, niet nemen!
  • Goede koolhydraten
    Goede koolhydraten worden niet zo sterk door het lichaam geabsorbeerd en hebben daardoor een zwakke stijging van de glycemie tot gevolg. Goede koolhydraten zijn o.a.: volkorenbrood, roggebrood, zuivelprodukten, fructose (vruchtensuiker), appels, sinaasappels, aardbeien, noten, olijven, peulvruchten (geen tuinbonen), paddestoelen.. etc..

– Fase 1: De afslankfase
In de methode kennen we 2 verschillende fase’s: fase 1 is de afslankfase. Deze moet tenminste 3 maanden worden volgehouden, omdat dat de tijd is die je alvleesklier nodig heeft om te stabiliseren. Na deze drie maanden kun je jezelf heel af en toe wel een zonde permitteren ook al moet je nog verder afslanken. In fase 1 hebben we twee verschillende maaltijden: de koolhydraat maaltijden, en de vetmaaltijden.

  • Koolhydraat maaltijden
    De koolhydraat maaltijden heten zo, omdat je alleen maar (goede) koolhydraten mag eten, tot een GI van 50, en geen, tot een zeer weinig vetgebruik. Bijvoorbeeld: de plantaardige vetten uit volkorentarwe en rogge zijn toegestaan, maar de vetten uit vleeswaren en kaas niet.Wat mag je dan wel op brood? Je mag suikerloze jam (fruitbeleg) op brood, mits deze geen bananen en/of andere ‘verboden vruchten’ bevat. Of je mag appel of perenstroop op brood, zonder suiker toegevoegd natuurlijk. Ook mag je tonijn uit blik (op water, niet op olie) op brood (mits deze onder de 1% vet per 100 gram bevat, dit wil nog wel eens verschillen). Ook kun je natuurlijk aarbeien, frambozen etc. op brood doen. Of verschillende (geroosterde) groenten (zonder vet bereid). Zo zijn er nog vele voorbeelden. Bij een koolhydraten maaltijd mag je melkprodukten nemen, yoghurt, kwark, melk, mits ze minder dan 1% vet bevatten. Tip: magere melk kun je romiger maken door er extra magere melkpoeder aan toe te voegen. Dan heb je de smaak van halfvolle melk maar zonder het vet. Er staan verschillende recepten voor koolhydraat maaltijden op de site.
  • Vet maaltijden
    Dat klinkt eng en ongezond, maar dit houd alleen in dat je hier goede koolhydraten tot een GI van 35 mag combineren met vetten. Aangeraden wordt om zoveel mogelijk goede vetten te gebruiken. Goede vetten zijn enkelvoudig- en meervoudige onverzadigde vetten. Deze vetten komen o.a. voor in (vette) vis en olijven. Slechte vetten zijn verzadigde vetten, deze komen o.a. voor in kaas, room en vlees. Michel Montignac raad aan om deze vetten met mate te gebruiken, onder andere omdat ze helpen het cholesterol te verhogen, en dus in grotere hoeveelheden absoluut niet gezond voor ons zijn.

Tussen een koolhydraat- en een vetmaaltijd moet altijd minstens 3 uur zitten.
Tussen twee koolhydraatmaaltijden of twee vetmaaltijden achter elkaar moet ook 3 uur zitten.
Tussen een vet- en een koolhydraat maaltijd moet minstens 4 uur zitten.

– Fase 2
Ben je eenmaal op gewicht, dan kun je langzaam aan fase2 beginnen. Dit houd in dan je dan vetten mag combineren met alle goede koolhydraten (dus tot een GI van 50) en ook af en toe een overtreding kan permitteren. Doe dit vooral in het begin rustig aan, want anders heb je kans dat je weer aankomt.