De voedselzandloper

Picture In ‘De voedselzandloper’ komen talloze onderzoeken aan bod. Sommige van deze onderzoeken tonen bijvoorbeeld aan dat mensen die dagelijks een handvol walnoten eten, 45% minder kans hebben op een hartaanval (1) of dat personen die minstens drie keer per week vruchtensap drinken, 76% minder kans hebben op de ziekte van Alzheimer (2).

Hoewel deze studies werden verricht met duizenden proefpersonen en verschenen in gereputeerde medische tijdschriften, zijn er mensen die niet geloven dat voeding een dergelijke impact kan hebben.

Ik ben het daar niet mee eens, hoewel ik dit standpunt begrijp. Deze percentages lichten echter een belangrijk tipje van de sluier op: namelijk dat regelmatig walnoten eten of een glas vruchtensap drinken veel kan bijdragen tot onze gezondheid, uiteraard wanneer dit kadert in een algemeen gezond voedingspatroon.

Het zijn echter een ander soort studies die pas echt de kracht van gezonde voeding aantonen. Terwijl de walnootstudie en de fruitsapstudie van daarnet studies zijn waarbij via vragenlijsten wordt gekeken naar bepaalde voedingsgewoontes, zijn er ook interventiestudies. Hierbij gaan onderzoekers een interventie uitvoeren: ze gaan het voedingspatroon opzettelijk veranderen bij hun proefpersonen, en dan zien wat er gebeurt.

Zo zijn onderzoekers aan de Universiteit van Newcastle erin geslaagd om op acht weken tijd type 2 diabetes volledig om te keren. De patiënten in deze studie kregen een (streng) dieet, dat geen brood, aardappelen, pasta of rijst bevatte, maar vooral veel groente. Op acht weken tijd waren hun bloedsuikerspiegels weer normaal, was de vervetting van hun lever vijf maal minder en werkte de alvleesklier (die insuline produceert) terug naar behoren, en dit allemaal zonder medicatie (3).

Of neem hartziekten. Vroeger was het onzin om te beweren dat de plaque (de ‘kalkachtige’ massa op de vaatwanden die de bloedvaten doet dichtslibben) kon inkrimpen. Recente onderzoeken tonen echter aan dat het dichtslibben van de bloedvaten een omkeerbaar proces is. En dat dit kan bekomen worden door een dieet. Zo verzamelden onderzoekers van de universiteit van Harvard patiënten die op een wachtlijst stonden voor een hartoperatie. Door deze personen op een speciaal dieet te zetten, kon bijna 80% van de operatielijst geschrapt worden(!).  Ze hadden dankzij gezonde voeding geen operatie meer nodig. Bovendien bleek dat door de nieuwe aanpak de personen die het dieet volgden verschillende malen minder kans hadden om een hartaanval te krijgen dan de patiënten die de gewone behandeling volgden (4).

Dergelijke studies zijn belangrijk, omdat ze aantonen dat ‘chronische’ ziektes toch omkeerbaar kunnen zijn. Belangrijk hierbij is dat de ‘diëten’ of veranderingen in het voedingspatroon doortastend genoeg zijn. De voedingsaanbevelingen van de overheid, ziekenhuizen en officiële instanties zijn dat vaak niet. Diabetes ga je niet kunnen omkeren door wit brood te vervangen door volkorenbrood. Maar als je aan een diabetespatiënt ondermeer aanraadt om een tijd geen of heel weinig brood, aardappelen, rijst of pasta te eten, kan je wel grote verbeteringen bekomen.

Het is geen wonder dat artsen soms weinig enthousiast tegenover diëten staan: de patiënten die ze sturen naar de de standaard diëtist boeken meestal maar weinig resultaat (de gemiddelde daling van het HbA1c -een maat voor de versuikering van de rode bloedcellen- is slechts 0,4% bij patiënten die een ‘diabetesdieet’ volgen). Deze magere resultaten worden bekomen omdat diëtisten zich vaak baseren op de overheidsaanbevelingen, die omwille van allerlei redenen weinig effectief zijn en veel gezonder kunnen (5).

De studies liegen er niet om. Hartpatiënten die een niet-officieel, meer mediterraan-geinspireerd dieet volgden (veel groente, fruit, gezonde oliën, noten, …) hadden 70% minder kans om te sterven gedurende de studie dan patiënten die het officiële vet-arme volgden van de American Heart Association, de organisatie in de VS die allerlei gezondheidsrichtlijnen uit-vaardigt (6). Na 2,5 jaar werd de studie stopgezet omdat het ‘onetisch’ zou zijn om patiënten nog het officiële dieet van de American Heart Association te laten volgen. Een andere studie waar diabetespatiënten een meer vegetarisch dieet volgden, hadden drie keer meer verbetering van hun suikerspiegels dan de patiënten die het officiële dieet volgden van de American Diabetes Association, het dieet dat bijna in alle ziekenhuizen aan diabetespatiënten wordt aangeraden (7).

En zelfs de niet-standaard-diëten, die al voor zoveel meer verbetering zorgen, kunnen nog gezonder, zoals ik in ‘De voedselzandloper’ wil aantonen.

Het zijn deze, en vele andere studies, die maken dat universiteiten zoals Harvard, gekende ziekenhuizen zoals de Mayo-klinieken en landen zoals Oostenrijk geheel andere voedings-modellen opstellen. De basis van de Oostenrijkse voedingsdriehoek en die van de Mayo-kliniek bestaat bijvoorbeeld niet langer uit (volkoren(!))brood, aardappelen, pasta en rijst, maar uit groente en fruit.

Als een soort van laatste uitvlucht, beweren de voorstanders van de officiële voedingsrichtlijnen vaak dat de andere diëten vaak te moeilijk zijn voor patiënten om vol te houden, of te grote veranderingen vergen. Het mooie is echter dat patiënten net dit soort andere diëten beter volhouden, omdat ze een veel betere gezondheid bekomen, hun medicatie kunnen afbouwen en omdat deze diëten ironisch genoeg soms eenvoudiger in elkaar zitten dan de officiële dieetrichtlijnen met hun lange lijst ‘verboden te eten producten’ of onduidelijke aanbevelingen.

Ik zou nog heel wat andere interventiestudies kunnen aanhalen, van zwaar ontregelde diabetespatiënten die dankzij havermoutpap 40% minder insuline dienen te gebruiken (8), tot onderzoekers van de Universiteit van Oxford die oudere patiënten B-vitamines geven en dan zien dat de hersenen van hun patiënten 7 maal minder inkrimping vertonen bij het ouder worden (9). Men kan liggen muggenziften over deze getallen en  geloven dat het beter is om patiënten zulke zaken niet te vertellen uit vrees dat mensen  enkel nog havermoutpap gaan eten of kilo’s B-vitamines gaan slikken. Ik geloof echter dat net door patiënten over deze studies in te lichten, ze kunnen inzien hoe belangrijk de rol is van voeding in onze gezondheid. En hoe voeding niet alleen het voortschrijden van bepaalde verouderingsziektes kan doen stoppen, maar zelfs kan doen omkeren.

——————
Een laatste opmerking betreffende havermoutpap: havermoutpap wordt in de voedselzandloper aangeraden omdat het (in tegenstelling tot volkorenbrood) wel gezondheidsclaims van de Europese Unie heeft (bijvoorbeeld dat het goed is voor hart en bloedvaten). Volkorenbrood heeft tot nu toe nog géén enkele gezondheidsclaim gekregen om te drukken op een broodzak.
——————

Dr. Kris Verburgh

REFERENTIES

1. Nut consumption and risk of coronary heart disease: a review of epidemiologic evidence. Curr. Atheroscler. Rep. 1, 204–9 (1999).
2. Fruit and vegetable juices and Alzheimer’s disease: the Kame Project. Am. J. Med. 119, 751–9 (2006).
3. Reversal of type 2 diabetes: normalisation of beta cell function in association with decreased pancreas and liver triacylglycerol. Diabetologia 54, 2506–14 (2011).
4. Clinical events in coronary heart disease patients with an ejection fraction of 40% or less: 3-year follow-up results. J. Cardiovasc. Nurs. 25, (2010).
5. Rebuilding the food pyramid. Sci. Am. 288, 64–71 (2003).
6. Mediterranean alpha-linolenic acid-rich diet in secondary prevention of coronary heart disease. Lancet 343, 1454–9 (1994).
7. A low-fat vegan diet improves glycemic control and cardiovascular risk factors in a randomized clinical trial in individuals with type 2 diabetes. Diabetes Care 29, 1777–83 (2006).
8. Clinical benefit of a short term dietary oatmeal intervention in patients with type 2 diabetes and severe insulin resistance: a pilot study. Exp. Clin. Endocrinol. Diabetes 116, 132–4 (2008).
9. Preventing Alzheimer’s disease-related gray matter atrophy by B-vitamin treatment. Proc. Natl. Acad. Sci. U. S. A. 110, 9523–8 (2013).