Superfoods

“Hoe levende voeding, superfoods & superherbs je een permanente, spectaculaire verbetering in je gezondheid, energie, weerstand en algeheel welbevinden zullen opleveren, zonder de moeite van een dieet”

Onderwerp: Ontdek hoe de beste  superfoods, super herbs en de beste voeding  je immuunsysteem versterken, energie geven, je huid verbeteren en helpen gewicht te verliezen en leer  in 1 middag met mij de beste technieken op dit gebied, om deze daarna direct voor jezelf en je familie toe te passen

Door: David ‘Avocado’ Wolfe

”Mijn missie is om de mysterie van voeding te onderzoeken. Mijn aanname is dat ik ieder gebied van geneeskrachtige kruiden, medicinale paddenstoelen en superfoods kan beheersen. Mijn lot is om alles wat we tot nu toe hebben geleerd samen te voegen, en naar een nieuw niveau te brengen.” DW

Wolfe over zondag 4 november 2012

“Je bent wat je eet” is zoveel grootser dan we ons beseffen

Beste lezer,

We kennen de stelling ”Je bent wat jekeet”, maar deze geweldig krachtige woorden zijn zoveel grootser dan we ons beseffen. Hippocrates zei niet alleen: “Onze voeding is ons medicijn”, maar wat de meeste mensen vergeten is dat hij daar achter zei: “En ons medicijn zou onze voeding moeten zijn”

Is het niet fascinerend hoe deze stellingen, mits door ons aangenomen, zoveel in ons leven kunnen veranderen

Want wat als we in plaats van (of naast) eten om te eten, ook gaan eten om ons lijf te voeden. Dat we ons gaan afvragen:
“Wat kan ik eten, dat niet alleen nu mijn immuunsysteem ondersteund, me nu energie geeft en desgewenst overtollig vet helpt te verliezen, maar dat zelfs bijna geneeskrachtig is voor mijn lichaam?”

Kan voeding ons genezen?
Mijn overtuiging: Ja.

Er wordt ons geleerd te eten als we trek hebben.

We leren onbewust om te eten als we gestrest zijn, verdrietig, eenzaam, of bij andere emoties. En er is altijd zoveel eten om ons heen, dat hier geen grenzen in zijn.

Maar we leren niet welke voeding goed is voor onze hersenen, die onze lever en nieren reinigen, die ons weerbaarder maken tegen stress. Dit hele gebied lijkt in vergetelheid te raken, terwijl er zoveel valt te ontdekken.

 

LEES MEER >>>

anti-inflammatie

Voeding kun je opdelen in 2 groepen: ontstekingsbevorderend en ontstekingsremmend. Goed dat je hiermee kennis maakt, want anti-inflammatie is goed voor je gezondheid, gaat veroudering tegen en maakt je slanker.

Een lesje in ontsteking
Een aantal jaren terug ging ik door een moeilijke periode qua gezondheid. Ik had last van een chronische darmontsteking, iets dat me het jaar daarna behoorlijk wat energie kostte. Ik voelde me niet alleen slap en was de godganse dag moe. Bleef het daar maar bij. Ik herinner me dagen  dat ik nauwelijks lopen kon, gewoon van de pijn in mijn spieren en gewrichten.

Voor mij en de mensen om me heen een moeilijke periode, die nu gelukkig al een aantal jaren achter me ligt.
Hoe ik er bovenop ben gekomen?

Nou dat was een combinatie van veel factoren, waarvan de belangrijkste nog wel het tegengaan van ontstekingsreacties in mijn lijf betrof. Want daar was de penarie allemaal begonnen.

Ik werkte me een slag in het rond, sliep te weinig en lette niet goed op mijn voeding. Kortom, stess + gemakvoedsel + slaaptekort = vragen om moeilijkheden!

Nu is een ander woord voor onsteking: inflammatie. En een leefstijl met veel stress, ongezond eten en te weinig of juist teveel beweging (was voor mij van toepassing: ik verbleef 3 maanden in de Alpen en stond 7 dagen in de week op de lange latten) is hoog inflammatoir.

Nu ik alweer een tijdje andere mensen begeleid bij het verhelpen van darmklachten en andere kwalen kan ik niet meer om deze conclusie heen:

Inflammatie speelt een grote rol van betekenis bij vrijwel ELKE aandoening.
Er zijn nog meer aandoeningen waarbij inflammatie een rol speelt, maar hier de meest bekende:

  • diabetes type 2: inflammatie doordat er teveel glucose in het bloed blijft rondcirculeren
  • auto-immuunziekten als astma, ziekte van Crohn, acne, enzovoort: het immuunsysteem valt het eigen lichaam aan, wat via inflammatie leidt tot allerlei problemen
  • diabetes type 1: wat ook eigenlijk een auto-immuunziekte is. Het immuunsysteem valt de alvleesklier aan wat leidt tot een verminderde insuline productie.
  • (sport)blessures: het zwellen of rood worden is een direct gevolg van inflammatie. Inflammatie betekent letterlijk: in brand staan of steken. Geen wonder dat koud water en ijs uitkomst bieden.
  • kanker: chronische inflammatie belemmert het lichaam bij het repareren van beschadigd weefsel. Gevolg: meer vrije radicalen en een grotere kans op ontstaan en vermeerdering van kankercellen.
Overgewicht en de oorzaak
Misschien weet je al dat als je overgewicht hebt, vooral teveel buik- en heupvet, dit ook leidt tot hogere ontstekingswaarden (bijvoorbeeld cytokines) in je bloed. Cytokines zijn vervelend, want ze maken je lichaam insuline-resistent (wat leidt to diabetische reacties, of je nu diabeet bent of niet).
Maar wist je ook dat als je de inflammatie niet tegengaat, je lichaam het vertikt om overtollige pondjes los te laten?
Je lichaam houdt namelijk vast aan vet en vloeistoffen als bescherming tegen de inflammatie. Een soort van vicieuze cirkel dus.
De cirkel doorbreken
Jezelf op een calorie-arm dieet zetten om overgewicht kwijt te raken is een goed idee. Maar in plaats van alleen te kijken naar calorie-restrictie, periodiek vasten, sportvasten, hormoonbalans of wat dan ook: kijk ook eens naar jouw inflammatie balans.
Naast inflammatoire voeding heb je namelijk ook anti-inflammatoire voeding. Tja nu denk je misschien: weer iets nieuws, moet ik weer op iets nieuws gaan letten. Nou geen nood, want de meeste kennis die je hebt over gezond eten (veel groenten, fruit, vis, noten en zaden) gaat hier ook gewoon op. Maar het zijn nu net die afwijkingen die het zo interessant maken. En die je met een paar simpele aanpassingen kunt verhelpen.
Maar hoe hou je zoiets bij? Hoe ga je daarmee aan de slag?  Gelukkig bestaat er een systeem waarin elk voedingsmiddel van een score is voorzien. Een negatieve score betekent inflammatoir en een positieve anti-inflamatoir.
Ideaal is als de som van alles wat je eet op een dag positief uitvalt. Dan helpt je voeding ouderdom te bestrijden van ouderdom (waarin inflammatie ook een grote rol speelt), welvaartsziekten (raar woord eigenlijk, ziekte is geen teken van welvaart toch?) en andere aandoeningen.
Ik zal in een andere blogpost een volledige lijst geven met voedingsmiddelen die hetzij ontstekingsbevorderend hetzij ontstekingsremmend werken. Hier alvast de Top 5 van beide kanten:

 

Top 5 Meest Ontstekingsbevorderend Voedsel
  1. Kip (100 gram)                                       : -604
  2. Varkensvlees (100 gram)                     : -474
  3. Witte rijst (1/3 kop)                               : -262
  4. Gierst (1/3 kop)                                      : -227
  5. Couscous (1/3 kop)                                : -222
Voor mij persoonlijk zijn de granen zoals rijst (ook bruine rijst staat in de top 10!) gierst en couscous geen verrassing. Maar dat kip en varkensvlees inflammatoir zijn, had ik niet verwacht.
(Als je je afvraagt trouwens hoe deze scores tot stand komen: het is een ingewikkelde formule waarin rekening wordt gehouden met de verhouding goede/slechte vetten, hoeveelheid anti-oxidanten, hoeveelheid anti-nutriënten enzovoort. Uit onderzoek blijkt de score goed 1-1 loopt met uiteindelijk ontstekingswaarden in het bloed als CRP, TNF-α, interleukin-1 beta e.a.).

 

Top 5 Meest Ontstekingsremmende Voedsel
  1. Chili peper (halve)                                  : 3019
  2. Kaviaar (100 gram)                                : 2204
  3. Visolie (van zalm, 1 eetlepel)                : 2083
  4. Vis (100 gram, verschillende soorten) : 600-1600
  5. Acerola bessensap (1/2 kop)                 : 817
  6. Gember (1 eetlepel)                                : 387
Ik heb alle vissoorten maar even op een hoop gegooid, want de lijst werd wel heel ééntonig
De groenten die daaronder komen zijn ook heel interessant, daar kom ik nog een keer op terug. Er zitten wat onverwachte dingen tussen.
Chili komt dus als winnaar uit de bus. Maf eigenlijk: een voedingsmiddel dat je in brand laat staan werkt ontstekingsremmend. En lager in de lijst vind je naast gember ook kruiden als kurkuma, knoflook enzovoort. Kortom, meer Vis Curries eten mensen !
Binnenkort kunnen klanten van mijn plannen zoals het per dag zien wat voor score zij halen op de inflammatie lijst. Handig, omdat je met een paar aanpassingen in je leefstijl al naar een positieve score gaat. En daarmee gezonder blijft, makkelijker overtollig gewicht kwijtraakt en vrolijker blijft (ja, zelfs met depressie bestaat een inflammatie-link).
Jouw intoleranties
Let wel: dit is een algemene lijst. Als jij allergisch of intolerant bent voor bepaalde voedingsmiddelen, moet je die sowieso vermijden. Je lichaam reageert namelijk met een ontstekingsreactie op alles waar het intolerant voor is. Dus al staat bijvoorbeeld ui hoog in de lijst van ontstekingsremmend eten, ben jij er intolerant voor: uit je dagmenu ermee!
Daarom dat ik zo vaak hamer op het belang van weten waar je allergisch / intolerant voor bent. Daar zijn tegenwoordig hele goede testen voor.

 

Alle gezondheid,
Alex Greve

mijn ervaring

Naam: Allison
Leeftijd: 30
Lengte: 170 centimeter
Gewicht toen: 113 kilo
Gewicht nu: 68 kilo
Verleden

Als ik ergens zin in had, dan at ik het. Ik heb dus altijd geworsteld met mijn lichaamsgewicht. Ik ontbeet regelmatig met een muffin of donut. Op mijn werk at ik standaard een flinke fastfood-lunch en meerdere ongezonde snacks. En uit eten gaan, afhalen en laten bezorgen waren ideale diner-opties. Bovendien kon ik als toetje met gemak een halve liter roomijs verorberen.

Aan lichaamsbeweging deed ik niet. Ik heb bovendien zittend werk, dus ook mijn baan dwong me nooit om te bewegen. Wanneer ik thuiskwam ontbrak het me aan energie, waarschijnlijk vanwege mijn ongezonde leefstijl. Dus ook de avonden en weekenden bracht ik passief door.
Ommekeer

Ik was al vaker afgevallen en weer aangekomen, maar ik had nog nooit eerder 113 kilo gewogen. Er was nagenoeg niks meer wat ik op normale wijze kon doen: stoelen waren te klein, reizen was een ramp en ik was bovendien alles behalve blij. Daarom besloot ik eind 2010 serieus af te gaan vallen.

Ik begon mijn calorie-intake bij te houden en kocht een crosstrainer. Op het begin was sporten bijna niet te doen; toch trainde ik 5 dagen per week. In eerste instantie was ik na 8 tot 10 minuten al uitgeput. Na enkele maanden deed ik 3 sets van 10 minuten met pauzes van 5 minuten. Ik schroefde mijn trainingstijden continu op en verkortte de pauzes.
Heden

De pondjes sijpelden langzaamaan weg en eind juli 2011 was ik ruim 27 kilo kwijt. Ik had geen expliciet streefgewicht dus ging maar gewoon door. Ik verlegde mijn focus van afvallen naar algehele gezondheid. Groenten zijn voor mij nu de basis van iedere maaltijd. Voor aanvullende voedingsstoffen voeg ik fruit, magere eiwitten en kleine hoeveelheden hele granen toe.

Om kwart over 5 opstaan om te gaan joggen vind ik inmiddels heerlijk; sporten geeft me de energie die ik nodig heb! Ik til steeds zwaardere gewichten en doe steeds 30 seconden korter over 11 kilometer joggen. Ik ben nu 45 kilo lichter en ervan overtuigd dat ik dit kan vasthouden.

Zink

Zink

Zink

Zink is een essentieel mineraal dat van nature in voeding voorkomt als rood vlees, gevogelte (kip), vis, schaal- en schelpdieren, zuivelproducten, volkorengranen, noten en peulvruchten. Interessant is dat zink zich bindt met proteïnen en door het lichaam wordt opgenomen als deze proteïnen verteerd worden. Het menselijk lichaam is opvallend efficiënt in het absorberen van zink. Toch kunnen vegetariërs het risico lopen dat zink aan hun lichaam wordt onttrokken omdat een in granen en groenten voorkomende chemische stof, fytaat, de opname van zink kan verminderen. Zink is in allerlei vormen beschikbaar, waaronder zinksulfaat, zinkgluconaat en zink gecombineerd met mangaan en andere nutriënten. Mensen nemen zink in de vorm van tabletten en pastilles en soms in de vorm van druppels, zalf of crème, of in sprayvorm.

Toepassing
Van zink wordt aangenomen dat het helpt om het immuunsysteem optimaal te laten functioneren; ook is zink nodig voor een juiste celwerking. Zink wordt overal gebruikt tegen allerlei ziekten, waaronder longontsteking, maagzweren, sikkelcelziekte, wondheling, Alzheimer, ADHD, acne, en plaatselijk tegen roos, dermatitis, psoriasis, herpes simplex oogontstekingen en acne. Sommige andere populaire toepassingen zijn behandeling tegen verkoudheid, maculadegeneratie (een oogaandoening in verband met ouder worden) en ernstige acute diarree bij ondervoede kinderen in derde-wereldlanden. Het wordt toegevoegd aan sommige soorten tandpasta en mondwaterproducten. Ook is het een component van intraveneuze voeding voor brandwondenpatiënten.

Er is enig bewijs geleverd dat zinksupplementen een gunstige werking hebben bij mensen met diabetes type 1 of 2, omdat zink het lichaam kan helpen de insulineproductie te bevorderen en de werking kan verbeteren. Er is echter meer onderzoek op de lange termijn nodig naar zink bij diabetespatiënten. Ook wordt zink toegevoegd aan enkele oudere insulineformuleringen om de werkingsduur te verlengen. Over het algemeen moeten patiënten uit een uitgebalanceerd dieet genoeg zink binnen kunnen krijgen, en zinksupplementen mogen alleen onder toezicht van de huisarts worden genomen.

Dosering
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid zink varieert en is afhankelijk van leeftijd en gezondheid. De maximaal toegestane hoeveelheid voor mensen van 19 jaar en ouder is 40 mg. Voor jonge baby’s is de maximale hoeveelheid 4 tot 5 mg per dag. Strikte vegetariërs kunnen wel 50% meer zink nodig hebben dan mensen met een doorsnee eetpatroon. De dagelijkse hoeveelheid toegepast in een onderzoek naar diabetes was 30 mg.

Onderzoek

  • In een onderzoek werd de rol van zink beoordeeld bij het voorkomen van diabetes. Vijfenzestig vrouwen met obesitas die het risico liepen van diabetes kregen elke dag, vier weken lang 30 mg zink of een placebo (neppil). De onderzoekers volgden de veranderingen in nuchtere glucose, insulineconcentraties en insulineresistentie. Ze meldden dat er geen verschil was tussen de twee groepen. Het onderzoek werd echter maar een korte periode uitgevoerd en bij slechts een klein aantal proefpersonen.
  • Een afzonderlijk onderzoek beoordeelde de impact van zinkniveaus op hartziekten bij 1.050 mensen met diabetes type 2. De zinkniveaus werden gemeten en de incidentie van sterfgevallen door hartziekten en hartaanvallen werd vervolgens voor de volgende 7 jaar onderzocht. In totaal stierven er 156 mensen aan hartziekten en hadden 254 mensen een fatale of niet-fatale hartaanval. Mensen met lagere zinkniveaus liepen meer risico op hartziekten en andere ongunstige cardiovasculaire ontwikkelingen. De onderzoekers speculeerden dat zink een antioxidante werking heeft die het hart beschermt.

Bijwerkingen en wisselwerking met geneesmiddelen
Zinksupplementen kunnen maagklachten veroorzaken, zoals misselijkheid of braken, en een metaalachtige smaak in de mond geven. Giftige bijwerkingen kunnen zich voordoen als je meer dan 40 mg per dag neemt. Bij hogere doses kan zink de koper en ijzergehaltes beïnvloeden, resulterend in bloedarmoede. Te veel zink kan ook diarree veroorzaken en het immuunsysteem verzwakken in plaats van oppeppen. Ook kan het de ‘goede’ cholesterol (HDL) verlagen. Er bestaat enige ongerustheid dat zink prostaatziekten kan verergeren.

Zink kan concurreren met de opname van bepaalde mineralen met een gunstige werking voor het lichaam, zoals chroom. Ook kunnen calcium- en ijzersupplementen de opname van zink in de weg staan. Zink kan veroorzaken dat het lichaam hogere gehaltes mangaan absorbeert uit bepaalde supplementen. Hoge doses zink kunnen interfereren met magnesium in het lichaam, en tegelijkertijd kan inname van hoge doses magnesium de opname van zink uit plantaardige bronnen verlagen.

Zink kan ook interfereren met de opname van bepaalde antibiotica, zoals Cipro, of bepaalde tetracyclines, zoals Vybramycine. Sommige medicijnen kunnen de zinkgehaltes verlagen, zoals de ACE-remmer lisinopril (Zestril), vaak ingenomen door met mensen met een hoge bloeddruk of nieraandoeningen. Andere medicijnen die de zinkgehaltes kunnen doen dalen zijn het cholesterolverlagende medicijn cholestyramine (Questran), steroïden zoals prednison, bepaalde oestrogenen, bepaalde zuurverlagende middelen, zoals Prilosec, of sommige middelen tegen stuipen, zoals fenytoïne (Dilantine) of divalproex sodium (Depakote). Bovendien, als je zinksupplementen inneemt met zwarte koffie in plaats van water zal dat de opname van zink met de helft verlagen.

Vitamine E

Vitamine E

Vitamine E

Vitamine E is een essentieel nutriënt dat in voedingsmiddelen zit als kip, eieren, fruit, graanproducten, groenten, plantaardige oliën en tarwekiemolie. Als voedingssupplement is het al tientallen jaren enorm populair. De National Health and Nutrition Examination Survey (NHANES, een zeer betrouwbaar Amnerikaans onderzoek) schat dat ongeveer 24 miljoen mensen vitamine E-supplementen nemen in een dagelijkse dosis van 400 Internationale Units (IU) of hoger. Deze hoge doses werden in verband gebracht met bijwerkingen en in een ander onderzoek met verhoogd risico op overlijden.

Vitamine E is in diverse vormen beschikbaar. De belangrijkste vorm voor supplementen is de alfa-tocoferolfamilie. Supplementen met gamma-tocoferol, de meest voorkomende vorm in de doorsnee-Amerikaanse voeding, worden steeds populairder en veel deskundigen geloven dat dit de vorm is met de gunstigste werking.

Vitamine E is ook in natuurlijke en synthetische vormen beschikbaar. Beide vormen komen in voedingssupplementen voor, en de synthetische vorm komt voor in met vitamine-E verrijkt voedsel. Deskundigen denken dat synthetische vitamine E minder effect heeft dan natuurlijke vitamine E. Op de meeste etiketten staat het verschil aangegeven door middel van een ‘d’ voor de natuurlijke vorm en een ‘dl’ voor de synthetische vorm van vitamine E (bijvoorbeeld: d-alfa-tocoferol of dl-alfa-tocoferol).

Toepassing
Vitamine E wordt toegepast als supplement en ter behandeling of voorkoming van velerlei aandoeningen en ziekten, waaronder veroudering, huidontstekingen, gezwellen in de borst niet door kanker veroorzaakt, malabsorptie-syndroom, kanker, Alzheimer en Parkinson. Het wordt ook toegepast bij de beenkrampaandoening intermitterende mankheid, bij zenuwschade, grauwe staar, diabetes en daarmee samenhangende complicaties evenals hart- en vaatziekten. Vitamine E heeft een antioxidatieve werking en helpt bij de opsporing en bestrijding van vrije radicalen in het lichaam.

Hoewel eerst werd gedacht dat vitamine E gunstige effecten had bij diabetes, is er geen consistente verbetering aangetoond in doelstellingen als bloedglucose of A1C – de gemiddelde bloedglucosewaarde gedurende 3 maanden. Naar verluidt zou het helpen bij diabetesgerelateerde zenuwschade.

Het populairste gebruik van vitamine E is voorkoming en behandeling van hart- en vaatziekten. Verschillende grootschalige experimenten hebben echter tegenstrijdige resultaten opgeleverd en analyses hebben aangetoond dat er geen algeheel gunstig effect bestaat. Op dit punt geeft de Amerikaanse Hartstichting dan ook niet haar goedkeuring als het gaat om vitamine E-supplementen en promoot in plaats daarvan de consumptie van voeding die antioxidanten bevat, zoals granen, fruit en groenten.

Dosering
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vitamine E vanaf 14 jaar is 15 mg uit de voeding. Dit staat gelijk aan 22 Internationale Units (IU) natuurlijke vitamine E of 33 IU synthetische vitamine E. De maximaal toelaatbare dagelijkse hoeveelheid is 1000 mg (1500 IU natuurlijke vitamine E of 1100 IU synthetische vitamine E).

Onderzoek
In geval van diabetes is in een paar kleinschalige onderzoeken aangetoond dat vitamine E de bloedglucose verbetert. Sommige onderzoeken waren positief, andere negatief.

  • In een positief onderzoek verlaagde vitamine E in een dagelijkse dosis van 900 mg gedurende 3 maanden, de nuchtere glucose, A1C en de triglyceriden in 1 bij 25 oudere patiënten met diabetes type 2.

Vitamine E is een van de meest onderzochte nutriënten tegen hart- en vaatziekten. De resultaten zijn echter met elkaar in tegenspraak.

  • In de Alfa-Tocoferol, Bètacaroteen Kanker Preventie Studie werden 29.133 mannen die rookten , zonder hartziekte, gerandomiseerd voor 50 mg alfa-tocoferol, 20 mg bètacaroteen of beide, of voor twee verschillende placebo’s (neppillen) gedurende ruim zes jaar. Vitamine-E gebruik leverde geen significante verandering op in het risico op hart- en vaatziekten, maar het aantal beroertes nam met 50% toe.
  • Een onderzoek gedurende 1,5 jaar onder 2002 individuen met hartziekten die dagelijks 800 mg alfa-tocoferol namen (later verminderd tot 400 mg) liet een significante afname zien van het risico op hartaanvallen en sterfte door hart- en vaatziekten.
  • Het GISSI-onderzoek beoordeelde 11.324 mensen die onlangs een hartaanval hadden overleefd, in een 3-jaar durend experiment waarin proefpersonen visolie kregen, 300 mg vitamine E of beide, of een van twee placebo’s. De vitamine E-groep liet geen significant effect zien op sterfte, niet-fatale hartaanval of niet-fatale beroerte.
  • In de Heart Outcomes Prevention Evaluation (HOPE, de beoordeling van het resultaat van preventie op het hart), resulteerde 400 IU vitamine E per dag niet in een vermindering van het aantal hartaanvallen, beroertes of sterfgevallen door hartziekten; dit werd onderzocht in een proefneming gedurende 4,5 jaar bij 9.541 proefpersonen, onder wie veel diabeten.
  • In de beroemde Heart Protection Study werden 20.536 individuen met hartziekten, andere vaatziekten of diabetes gerandomiseerd voor een combinatie van antioxidantenvitamines met 600 mg vitamine E, een statine, voor beide, of voor 2 placebo’s. De vitamine E-groep gaf geen significante afname te zien van cardiovasculaire sterfte of de incidentie van andere hart- en vaatziekten.
  • Er zijn verschillende analyses uitgevoerd van de effecten van vitamine E, en de resultaten waren steeds weer dat er geen algeheel gunstige cardiovasculaire effecten optraden. Niet alleen het uitblijven van gunstige effecten werd beschreven, maar ook de mogelijkheid van ernstige schade. Een recente meta-analyse liet een verhoogd sterftecijfer zien bij het gebruik van hogere doses vitamine E dan 150 IU per dag.

Bijwerkingen en wisselwerking met geneesmiddelen
Bijwerkingen zijn zeldzaam, maar soms gaat het om maagklachten, zwakte, hoofdpijn, wazig zien en huiduitslag. Nadelige effecten worden in verband gebracht met dagelijkse doses hoger dan 400 IU van ofwel natuurlijke, ofwel synthetische vitamine E. Hartfalen werd ook in verband gebracht met het gebruik van vitamine E. In een analyse werd opgemerkt dat hogere doses van meer dan 150 IU per dag in verband werden gebracht met een verhoogd sterftecijfer.

Een hoge dosis vitamine E wordt in verband gebracht met bloedingen als reactie. Patiënten kunnen dus beter geen hoge doses vitamine E nemen in combinatie met bloedverdunners (zoals warfarine of Coumadin) of voedingssupplementen die ook bloedverdunnend kunnen werken. Een belangrijke wisselwerking met medicijnen is een afname van het gunstige effect van statines op HDL-cholesterol (de zogenaamde ‘goede’ cholesterol). Er zijn veel andere mogelijke wisselwerkingen met andere medicijnen of supplementen. Eén daarvan is een verminderd effect van vitamine K als E in hogere doses wordt genomen. Veel nutriënten kunnen de opname van in olie oplosbare vitaminen beïnvloeden, waaronder vitamine E, als je ze tegelijkertijd inneemt. Dit zijn onder andere orlistat (voor de behandeling van obesitas en overgewicht, Xenical of Alli, de laatste zonder recept verkrijgbaar), mineraalolie of fibraten (bij hoge cholesterol, zoals Lopid). Sommige anticonvulsiva kunnen de vitamine E-niveaus verlagen, waaronder fenytoïne (Dilantin), carbamazepine (Tegretol) en fenobarbital. Andere zorgwekkende effecten zijn onder andere verminderde werking van chemotherapie, of interferentie met medicijnen die het afstoten van orgaantransplantaten voorkomen.

Visolie

Omega 3 visolie

Omega 3 Visolie

Andere benaming
omega-3 vetzuren, n-3 vetzuren

Vis kan een gezonde toevoeging aan je voeding zijn, en visolie is een van de redenen daarvan. Visolie is een essentieel vetzuur, wat betekent dat we het uit ons voedsel moeten halen omdat ons lichaam het niet zelf aanmaakt. De twee belangrijkste vormen van essentiële vetzuren zijn omega-3 en omega-6. Visolie is een omega-3 vetzuur; gamma-linoleenzuur (GLA) is een voorbeeld van een omega-6 vetzuur.

Omega-3 vetzuren danken hun naam aan hun chemische structuur. Ze hebben een dubbele binding bij hun derde koolstofatoom. Er zijn twee bronnen van omega-3 vetzuren: plantaardige olie en visolie. Visolie bevat de vetzuren eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA). Het bevat ook meervoudig onverzadigde lange-keten vetzuren. Goede voedingsbronnen zijn zalm, forel, heilbot, makreel, steur, tonijn en sardientjes. Omega-3 plantaardige oliën bevatten alfa-linoleenzuur, dat cholesterolverlagend en ontstekingsremmend werkt. De bronnen bij uitstek van omega-3 plantaardige oliën zijn walnoten, lijnzaad (vlaszaad), canola (koolzaad), sojabonen en olijven.

Toepassing
Omega-3 visolie (dat de combinatie EPA en DHA bevat) heeft aantoonbaar meer gunstige effecten op hart en bloedvaten dan omega-3 plantaardige oliën (die alfa-linoleenzuur bevatten). Visolie is het bekendst vanwege de behandeling van hart- en vaatziekten, met name hoge cholesterol. Wetenschappers zijn van mening dat visolie een ontstekingsremmend effect heeft en ook de vorming van bloedklonters in de bloedvaten tegengaat. De gunstige effecten werden voor het eerst ontdekt toen bleek dat mensen die vaak vis eten over het algemeen veel minder last hebben van hart- en vaatziekten. Omdat cardiovasculaire ziekte de belangrijkste doodsoorzaak is onder diabeten, hebben met name diabetespatiënten belang bij het gebruik van visolie om het risico van hartziekten en beroerte te verkleinen.

Er bestaat enige belangstelling voor visolie ter voorkoming van diabetes type 2. Op dit moment is er echter nog geen bewijs dat visolie voor dit doel gebruikt kan worden. Diabetes type 2-patiënten met een verhoogd cholesterolgehalte kunnen er wel baat bij hebben.

Andere toepassingen van visolie zijn onder andere de behandeling van hoge bloeddruk (in hogere doses dan de aanbevolen hoeveelheid) en de voorkoming van een beroerte door ischemie (verminderde bloedtoevoer). Visolie wordt ook wel gebruikt bij ontstekingsziekten zoals reumatoïde artritis, psoriasis, inflammatoire-darmziekte en huidontstekingen. Ook de toepassing bij astma, nieraandoeningen en psychiatrische stoornissen werd gemeld.

Dosering
De Amerikaanse Diabetes Associatie en de Amerikaanse Hartstichting bevelen aan om twee porties omega-3-rijke vis per week te eten. Andere bronnen van omega-3 vetzuren zijn verrijkte eieren en microalgen-olie.

Ter behandeling van zeer hoge triglyceride-waarden beveelt de Amerikaanse Hartstichting doses van 2 tot 4 gram per dag aan. Een hoog triglyceride-gehalte dat vaak voorkomt bij diabeten, kan schadelijk zijn voor de alvleesklier. Een op recept verkrijgbaar middel – Lovaza – bevat 375 mg DHA en 465 mg EPA. Het is goedgekeurd ter behandeling van hoge cholesterol, dus raadpleeg je huisarts als je belangstelling hebt voor dit product.

Als je zonder recept een visolie-supplement koopt, is het belangrijk naar de totale hoeveelheid EPA en DHA te kijken. De meeste supplementen bevatten slechts 200-400 mg EPA en DHA per capsule. Je zou dan ook maar liefst 12-16 capsules visolie moeten nemen om het equivalent binnen te krijgen van het product Lovaza. Er worden tegenwoordig echter voedingssupplementen met hogere concentraties EPA en DHA gemaakt. De Amerikaanse Hartstichting beveelt 1g EPA plus DHA per dag aan voor patiënten met hart- en vaatziekten. Er komt steeds meer bewijs dat mensen die het risico lopen van hart- en vaatziekten ook visolie zouden moeten nemen. Hoewel de exacte hoeveelheid niet bekend is, wordt een dagelijkse hoeveelheid van 250-500 mg EPA plus DHA per dag aanbevolen.

Onderzoek
Talloze onderzoeken hebben visolie ter behandeling van cardiovasculaire ziekten en andere aandoeningen, waaronder diabetes, beoordeeld.

  • Een van de omvangrijkste onderzoeken beoordeelde het belang van visolie-supplementen ter voorkoming van een tweede hartaanval onder 11.324 mensen die al eerder een hartaanval hadden. In het onderzoek (dat GISSI wordt genoemd) werden patiënten gerandomiseerd die óf een dagelijkse dosis van 1g omega-3 vetzuren namen, óf 300 mg vitamine E, óf een combinatie van die twee, óf een placebo (neppil). Na 3,5 jaar liet de omega-3-groep een afname van het aantal sterfgevallen, hartaanvallen en beroertes zien met 10%. Hart- en vaatziekte als doodsoorzaak nam met 17% af en over het geheel ging het sterftecijfer omlaag met 14%. Er werden geen gunstige effecten in de vitamine-E-groep geconstateerd. Hoewel 15% van de proefpersonen aan diabetes leed, meldden de onderzoekers geen specifieke resultaten voor deze groep.
  • In een afzonderlijke studie werd beoordeeld hoe lang het zou duren om gunstige effecten in het GISSI-experiment te behalen en ontdekte men dat het mortaliteitsrisico over het totaal na een behandeling van drie maanden significant verkleind was, evenals het risico van plotseling overlijden na een behandeling van vier maanden.
  • De Cochrane Collaboration publiceerde een review van gerandomiseerde onderzoeken bij mensen met diabetes type 2, waarin visolie werd vergeleken met een placebo of plantaardige olie. In de studie werden de effecten van visolie-supplementen op fatale of niet-fatale hartaanvallen onderzocht, evenals de noodzaak van een hartoperatie en de effecten op cholesterol en bloedglucose. In totaal 23 proefnemingen met 1075 patiënten werden beoordeeld. De duur van de onderzoeken varieerde van twee weken tot acht maanden. In totaal achttien proefnemingen gaven triglyceride-data op, en globaal verminderden de triglyceride-waarden in de experimentele groepen met 40 mg/dl versus de controlegroepen. Zestien experimenten vermeldden LDL-cholesterol (de zogenaamde ‘slechte’ cholesterol)-waarden; de LDL nam significant toe met 4 mg/dl versus de controlegroepen, maar niet in de onderzoeken waar de triglyceriden-gehalten hoog waren. Er werd statistisch gezien geen significant effect gemeten op HDL-cholesterol (‘goede’ cholesterol), nuchtere glucose of A1C (de gemiddelde bloedglucosewaarde over een periode van drie maanden). De auteurs benadrukten de noodzaak van onderzoeken over een periode die lang genoeg is om de effecten van visolie-supplementen te kunnen bepalen op hartaanvallen en beroertes.
  • Een recent onderzoek door het Agency for Health Care Research and Quality beoordeelde studies naar omega-3 vetzuren bij diverse medische aandoeningen, waaronder diabetes. Het eindrapport over de achttien onderzoeken naar patiënten met diabetes gaf aan dat omega-3 vetzuren vergeleken bij een placebo, de triglyceriden verlaagden maar geen invloed hadden op het totale HDL- of LDL-cholesterolgehalte, noch op de nuchtere glucose of de A1C-niveaus. In het rapport werd geadviseerd dat proefnemingen met omega-3 vetzuren moeten beoordelen hoeveel van het nutriënt geconsumeerd wordt via de voeding en dat de bron en de specifieke omega-3 vetzuren in de supplementen die tijdens de studies gebruikt werden, door onderzoek gekwantificeerd moeten worden.
  • Er zijn twee andere analyses gemaakt op grond waarvan werd opgemerkt dat het gebruik van visolie door diabeten de triglyceriden verlaagt met ruwweg 50 mg/dl zonder nadelig effect op de A1C.

Bijwerkingen en wisselwerking met geneesmiddelen
Nadelige effecten van visolie zijn onder andere een vissige nasmaak, boeren, slechte adem, brandend maagzuur, misselijkheid en dunne ontlasting. Hogere doses dan 3g per dag zouden excessief werken tegen bloedklontering.

Mensen met visallergie moeten voorzichtig zijn met visolie en eerst hun huisarts raadplegen voordat ze supplementen nemen. Bepaalde vissoorten als haai, makreel en zwaardvis kunnen veel kwik bevatten; bovendien kan vis afkomstig uit vervuild water onaanvaardbare niveaus PCB’s (polychloorbifenyl) bevatten. Zwangere vrouwen kunnen deze vis beter niet eten vanwege het doorgeven van kwik of PCB’s via de moedermelk aan de baby.

Een hogere dosis visolie dan 3g per dag wordt in verband gebracht met toegenomen bloedglucose. Ook is er enige bezorgdheid dat de concentraties LDL-cholesterol hoger worden bij hogere doses, hoewel de LDL-deeltjes niet de gevaarlijkste soort vormen.

Visolie kan de werking van medicijnen tegen hoge bloeddruk, hoge cholesterol, diabetes en bloedklontering versterken. Het nemen van hoge doses van meer dan 10g per dag kan echter het risico vergroten op bepaalde soorten beroertes.

Orale anticonceptiemiddelen met oestrogeen kunnen het gunstige effect tenietdoen van triglyceride-verlaging door visolie.
Andere wisselwerkingen met geneesmiddelen zijn: vermindering van verhoogde bloeddruk-effecten door cyclosporine en verhoging van de gunstige effecten van retinoïden zoals etretinaat.

 

 

Uit: Guide to Herbs & Nutritional Supplements – Laura Shane-McWhorter – The American Diabetes Association

Kaneel

Kaneel (cinnamon)

Kaneel
Cinnamomum cassia of Cinnamomum aromaticum

De meeste mensen kennen kaneel als populaire smaakmaker in voeding, drankjes, kauwgom en mondwater. Kaneel is echter ook een trendy supplement om de bloedglucose onder controle te houden bij diabetes type 1 en 2-patiënten.

Chinese kaneel – kassia of kassie – is de mindere kaneelsoort die voor diabetes wordt toegepast. Kaneel komt van een groen blijvende boom die 7 meter hoog kan worden, met een witte, geurige schors en hoekige takken. De smalle bladeren zijn zo’n 18 cm lang en de boom heeft gele bloesem in het begin van de zomer. De boom groeit in een tropisch klimaat en de schors wordt in korte stukjes verwijderd en gedroogd. Zowel de kaneelschors als de bloemen worden in medicijnen verwerkt.

Toepassing
Kaneel wordt gebruikt bij diabetes type 1 en 2 en bij maag- en darmklachten zoals indigestie en opgeblazen gevoel. Wetenschappers menen dat de actieve ingrediënten in kaneel de insulinegevoeligheid kan vergroten.

Dosering
Wetenschappers gebruikten dagelijkse doses van 1,3 of 6 gram (g) Cinnamomum cassia. Een gram kaneel is ongeveer gelijk aan een halve theelepel en kan in graanproducten, drankjes en andere soorten voeding worden gebruikt.

Onderzoek
Onderzoeken hebben niet consistent aangetoond dat kaneel de A1C vermindert
(een meting van de gemiddelde bloedglucosewaarde over 3 maanden). Hoge doses kaneel werkten effectief bij het onder controle houden van de bloedglucose, bleek uit studies in Pakistan, maar deze voordelen werden in onderzoeken in Duitsland of de Verenigde Staten niet aangetoond.

  • Een onderzoek in Pakistan toonde aan dat kaneel het bloedvet- (of lipide-) en glucosegehalte van 60 mensen met diabetes type 2 verbeterde; deze patiënten namen sulfonylureum-preparaten zoals glipizide of glyburide. Ze kregen 40 dagen lang 1,3 of 6g kaneel per dag of een placebo (neppil) toegediend. De nuchtere bloedglucose werd in alle drie de groepen na 40 dagen 18-29% lager. Bij een dosis van 1g nam de glucose van een basislijn van 209 tot 157 mg/dl af; bij 3g nam de glucose van 205 tot 169 mg/dl af; en bij 6g nam de glucose af van 234 tot 166mg/dl. De 20 daaropvolgende dagen werd er geen kaneel meer gegeven; de nuchtere glucose bleef nog steeds lager dan in het begin van het onderzoek; dit was een aanwijzing dat de gunstige werking van kaneel aanhield. Ook de verbeteringen in lipidewaarden waren significant. Het totale cholesterolgehalte nam met 12-26% af, de tryglyceriden namen met 23-30% af en ook de LDL-cholesterol nam met 7-27% af. De HDL-cholesterol verbeterde niet; de auteurs meldden geen veranderingen in A1C.
  • Een ander onderzoek werd in Duitsland verricht onder 79 individuen met diabetes type 2. Het onderzoek was zorgvuldig opgezet (gerandomiseerd, dubbelblind met placebo-controlegroep) en duurde 4 maanden. De onderzoekers gebruikten een in water oplosbaar kaneelextract waarvan werd aangenomen dat het minder allergie- veroorzakend was dan andere vormen. Patiënten werden willekeurig in groepen ingedeeld en kregen driemaal daags ofwel een placebo, ofwel een capsule met 1g kaneel. In de kaneelgroep nam de gemiddelde basislijn voor nuchtere glucose af met 10%: van 167 naar 147 mg/dl. In de placebogroep nam de gemiddelde basislijn voor nuchtere glucose af met 3%: van 156 naar 150 mg/dl. De A1C nam niet significant af, noch in de kaneel-, noch in de placebogroepen. Er werden geen verschillen in lipidewaarden gevonden.
  • Nog een onderzoek bestudeerde de effecten van kaneel op 25 post-menopauzale vrouwen met diabetes type 2 die oraal antidiabetica kregen toegediend. De patiënten kregen 6 weken lang dagelijks 1,5g kaneel of een placebo. Er werden geen significante verschillen tussen beide groepen geconstateerd wat betreft A1C of nuchtere bloedglucose.
  • Een afzonderlijke studie onder 72 adolescenten met diabetes type 1 toonde geen verbetering aan in A1C door kaneel. De patiënten kregen 90 dagen achtereen óf 1g kaneel óf een placebo en er werden geen veranderingen aangebracht in de insulinedoses voor de patiënten.
  • Een zorgvuldig opgezet Amerikaans onderzoek gedurende drie maanden onder 57 patiënten met diabetes type 2 gaf geen significante verschillen te zien in A1C, nuchtere lipiden of insulineniveaus tussen inname van een dagelijkse dosis van 1g kaneel of een placebo.
  • Een analyse van de hierboven genoemde vijf onderzoeken onder totaal 282 patiënten naar de effecten van kaneel liet geen significante afname van A1C zien, hoewel de mogelijke voordelen bij de afzonderlijke onderzoeken afname van nuchtere glucose en lipiden inhielden, maar geen aanzienlijke dalingen.

Bijwerkingen en wisselwerking met geneesmiddelen
Bijwerkingen, zoals het optreden van huiduitslag of irritatie van de huid, komen nauwelijks voor. Omdat kaneel een bloedverdunner bevat, kan er een bloeding optreden als het samen met bloedverdunnende medicijnen of supplementen wordt gebruikt. In theorie verlaagt kaneel wellicht de bloedglucose als inname gecombineerd wordt met antidiabetica zoals sulfonylureum of insuline.

Uit: Guide to Herbs & Nutritional Supplements – Laura Shane-McWhorter – The American Diabetes Association

Mariadistel

Mariadistel

Mariadistel
Silybum marianum

Mariadistel wordt al duizenden jaren voor medicinale doeleinden gebruikt en in oude Griekse en Romeinse teksten genoemd. De distel behoort tot de Asterfamilie waartoe ook madeliefjes behoren en andere distels. Mariadistel komt veel voor in Noord-Amerika en kan wel 1,5 tot 3 meter hoog worden, met grote stekelige bladeren die een melkachtig sap afscheiden als je ze breekt. De distel heeft roze bloemen met scherpe uitsteeksels. In Europa wordt mariadistel als groente gegeten. De vruchten, zaden en blaadjes van de planten worden medicinaal gebruikt.

Toepassing
Mensen met diabetes type 2 gebruiken mariadistel om hun insulineresistentie te verbeteren. Onderzoeken hebben het positieve effect ervan echter niet aangetoond en regelmatig gebruik wordt niet aangeraden.

Mariadistel is wellicht het meest bekend voor de behandeling van leverfalen, zoals wordt veroorzaakt door alcoholische cirrose en acute en chronische virale hepatitis. Andere toepassingen zijn onder andere de behandeling van vergiftiging door Amanita phalloides (de groene knolammaniet, een soort paddestoel) en afzwakking van de giftige effecten voor de lever van bepaalde medicatie. Mariadistel wordt toegepast bij problemen met de baarmoeder en om de menstruatie te stimuleren. Sommigen gebruiken mariadistel om mogelijke effecten van leververgiftiging tegen te gaan, veroorzaakt door cholesterolsyntheseremmers zoals simvastatine (Zocor) of glitazonen zoals rosiglitazone (Avandia).

Dosering
Er is geen aanbevolen hoeveelheid mariadistel voor diabeten. Doseringen in onderzoeken varieerden van 280 tot 800 mg per dag. De gebruikelijke dosis bij leverziekten is driemaal daags 200 mg.

Mariadistel-extract moet 70% of 140 mg silymarine bevatten, een van de actieve chemische ingrediënten. Een ander chemisch ingrediënt (fosfatidylcholine) verbetert de absorptie, wat betekent dat mariadistelpreparaten die dit ingrediënt bevatten in een dagelijkse dosis van slechts 100 mg mag worden genomen. In Europa worden ook injecties met mariadistel gegeven.

Onderzoek
Onderzoeken naar mariadistel tegen leverziekten werden belemmerd door ernstige problemen met de onderzoeksopzet. Vaak zijn het zogenaamde open onderzoeken (zowel experimentator als proefpersonen kennen doel van het onderzoek en weten wie in welke conditie zit), betreffen het kleine aantallen patiënten, hebben ze geen controlegroepen, gebruiken ze verschillende doseringen en ontbreekt het aan goed gedefinieerde ‘eindpunten’ (doelstelling of gewenst effect van een onderzoek), of werken ze met verschillende gradaties van hevigheid van de leverziekte. Diverse studies hebben het effect van mariadistel op leveraandoeningen beoordeeld zonder doorslaggevende resultaten. Een recente beoordeling van klinische proefnemingen met patiënten met alcoholische leverziekte of hepatitis toonde aan dat mariadistel in kwalitatief hoogstaand klinisch onderzoek geen positieve impact heeft op levergerelateerde sterftecijfers. Ook zou mariadistel geen significante invloed hebben op het ziekteverloop van patiënten met hepatitis of alcoholgerelateerde ziekten.

  • Mariadistel werd beoordeeld in een gerandomiseerd, open experiment met 60 diabetes type 2- en cirrose-patiënten. Twee groepen patiënten die insuline gebruikten, werden met elkaar vergeleken. Een groep van 30 kreeg 12 maanden lang 600 mg silymarine per dag, en 30 patiënten kregen een placebo (neppil). Patiënten die mariadistel kregen, toonden een verbeterde nuchtere bloedglucose, dagelijkse bloedglucose, A1C, insulinedosis en nuchtere insuline.
  • In een afzonderlijke dubbelblinde studie van vier maanden werden 25 mensen met diabetes gerandomiseerd tot tweemaal daags 300 mg silymarine-zaadextract, en 26 werden ingedeeld bij een placebogroep. Silymarine werd toegevoegd aan de antidiabetica metformine en glibenclamide (hetzelfde als glyburide, een sulfonylureum). Na vier maanden nam de nuchtere bloedglucose significant af van 156 naar 133 mg/dl in de silymarine-groep en nam significant toe van 167 naar 188 mg/dl in de placebogroep. De silymarine-groep liet een afname van A1C zien van 7,8 naar 6,8% na 4 maanden en de placebogroep liet een toename zien van A1C van 8,3 naar 9,5%. LDL-cholesterol en triglyceriden namen ook significant af in de silymarine-groep.

Bijwerkingen en wisselwerking met geneesmiddelen
Hoge doses mariadistel kunnen diarree veroorzaken. Sommige patiënten hadden periodiek last van heftig transpireren, van buik-, maag- en darmklachten en terugkerende zwakte nadat met mariadistel gestopt werd en daarna weer begonnen. Andere bijwerkingen zijn mogelijke allergische reacties bij mensen die gevoelig zijn voor ambrosia, chrysanten, goudsbloem en madeliefjes.

Er zijn geen nadelige interacties gemeld met mariadistel. Gunstige interacties zijn onder andere terugdringing van de giftige werking van paracetamol (Tylenol), antipsychotica, halothaan en alcohol.

Nieuwe bijwerkingen worden gemeld; volgens sommige meldingen kan mariadistel bloedingen stimuleren wanneer het in combinatie met bloedverdunners wordt gebruikt; het kan ook de werking van oestrogeen verminderen.

Mariadistel zelf kan enige oestrogene activiteit hebben en moet door vrouwen met borst- of baarmoederkanker met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt. Vanwege de actuele informatie over de wisselwerking van mariadistel met geneesmiddelen dien je je huisarts te laten weten dat je dit voedingssupplement gebruikt.

Magnesium

Magnesium

Magnesium
Magnesium is in overvloed aanwezig in ons lichaam en is een essentieel nutriënt. Het houdt ons zenuwstelsel, hart en bloedvaten en immuunsysteem sterk. Magnesium is ook belangrijk voor gezonde botten. Het Institute of Medicine van de National Academy of Science beveelt een dagelijkse hoeveelheid magnesium aan van 300-420 mg voor volwassenen, afhankelijk van leeftijd en geslacht. De meeste mensen krijgen genoeg magnesium binnen door een gevarieerd menu met onder andere groene bladgroenten, peulvruchten, granen, zaden, noten, vlees, koffie en pure chocola.

Toepassing
In de geneeskunde wordt magnesium toegepast als antacidum (tegen maagzuur) en ter behandeling van constipatie, pre-eclampsie (zwangerschapsvergiftiging), beenkramp (tijdens de zwangerschap), migraine, diverse hart- en vaatziekten (zoals verhoogde bloeddruk en hartritmestoornissen) en diabetes.

Mensen met diabetes type 2 nemen magnesiumsupplementen om hun bloedglucose te verbeteren, en ter behandeling van complicaties als zenuwaandoeningen en voetzweren. Naar schatting heeft 25-38% van de mensen met diabetes type 2 een laag magnesiumgehalte. Bovendien nemen mensen die het risico lopen op diabetes type 2 magnesiumsupplementen omdat lage magnesiumniveaus een rol zouden spelen bij insulineresistentie. Sommige bronnen wijzen erop dat met elke 100 mg magnesiumconsumptie méér, het risico op diabetes type 2, 15% vermindert. Voedsel dat 100 mg magnesium bevat is bijvoorbeeld volkorenbrood (vier sneetjes), noten (¼ kopje), of gekookte squash (een soort pompoen, ½ kopje).

Het gebruik van magnesiumsupplementen bij diabetes staat echter ter discussie. Het is bijvoorbeeld moeilijk vast te stellen wie baat kan hebben bij magnesiumsupplementen, omdat er geen duidelijke richtlijnen bestaan wanneer mensen gecontroleerd moeten worden op magnesiumtekort – tenzij je bepaalde medicijnen slikt of een ziekte hebt die magnesium aan je lichaam onttrekt. Magnesiumonttrekkende medicijnen kunnen bepaalde diuretica zijn, steroïden, cyclosporine of tacrolimus (dat bij orgaantransplantatie wordt gebruikt), digoxine (bij hartfalen), beta-2 agonisten (bij astma) en antibiotica in de groep aminoglycosiden (intraveneus toegepast bij gehospitaliseerde patiënten met ernstige infecties). Daarbij verschillen de onderzoeken wat betreft de gunstige effecten van magnesiumsupplementen, het type magnesium, de dosering en duur van de behandeling.

Hoewel velen pleiten voor het gebruik van magnesium vanwege de mogelijk gunstige effecten, pleit de American Diabetes Association voor meer langlopend onderzoek naar de effecten van magnesium om de rol en de complicaties ervan te bepalen bij de behandeling van diabetes.

Dosering
Magnesium is in vele vormen verkrijgbaar, zoals sulfaat, citraat, hydroxide, oxide en chloornatrium. De maximaal toegestane hoeveelheid magnesium uit supplementen en farmacologische middelen is 350 mg per dag. Hogere doses kunnen diarree veroorzaken.

De langstlopende studie tot nu toe die pleitte voor magnesiumsupplementen was een 16 weken durende proefneming waarbij de dagelijkse dosis 50 ml magnesiumchloride-drank was (die 50 g per 1000 ml oplossing bevatte). Langduriger gebruik dan vier maanden is niet onderzocht. Over het algemeen wordt regelmatig gebruik van magnesium¬supplementen afgeraden.

Onderzoek
Het gebruik van magnesium en het risico op diabetes type 2 werd beoordeeld en leverde uiteenlopende resultaten op.

  • Een onderzoek onder ruim 12.000 patiënten beoordeelde lage magnesiumgehaltes en de inname van magnesium ten opzichte van het risico op diabetes. Het onderzoek toonde geen verband aan tussen de magnesiumconsumptie via de voeding van de patiënten en hun risico op het ontwikkelen van diabetes type 2. De wetenschappers ontdekten echter dat lage magnesiumniveaus in het lichaam kunnen wijzen op het ontwikkelen van diabetes type 2.
  • In een ander onderzoek werden om de 2-4 jaar vragenlijsten met betrekking tot voedselfrequentie voorgelegd aan een grote groep individuen (85.060 vrouwen en 42.872 mannen) die 12-18 jaar werden gevolgd (respectievelijk mannen en vrouwen). In dit onderzoek ontdekte men dat een lage inname van magnesium gecorreleerd was aan verhoogd risico op diabetes.

Onderzoeken naar het gebruik van magnesiumsupplementen bij geconstateerde diabetes variëren van geen aantoonbaar effect tot potentieel positieve effecten.

  • Een zorgvuldig opgezet onderzoek (gerandomiseerd, dubbelblind, met placebo-conditie) bij 63 patiënten met diabetes type 2 ontdekte gunstige effecten door inname van magnesiumsupplementen gedurende 16 weken. Aan het begin van het onderzoek hadden de patiënten verminderde magnesiumgehaltes en slikten ze medicijnen tegen diabetes (sulfonylurea). Tweeëndertig patiënten kregen dagelijks 50 ml magnesiumchloride (in een oplossing van 1000 ml), en 31 kregen een placebo (neppil). Na 16 weken vertoonden de patiënten in de magnesiumgroep een significante verlaging van nuchtere glucose, van 230 naar 144 mg/dl en hun A1C (een meting van de gemiddelde bloedglucose gedurende 3 maanden) daalde van 11,5 naar 8%. De proefpersonen in de placebogroep vertoonden ook een significante vermindering, van 256 naar 185 mg/dl en van 11,8 naar 10,1%; deze waarden waren echter nog steeds te hoog voor een acceptabel streven. Ook de mate van insulinegevoeligheid verbeterde in de magnesiumgroep.
  • Een onderzoek waarin vergelijkbare positieve effecten werden beschreven betrof een studie gedurende dertig dagen (gerandomiseerd, dubbelblind en met placebo-conditie) onder 128 patiënten met diabetes type 2. In totaal had 47,7% van de patiënten een laag magnesiumgehalte. De patiënten kregen gedurende 30 dagen 20,7 millimol (mmol) magnesiumoxide, 41,1 mmol magnesiumoxide, of een placebo. De plasmaglucose nam toe in de magnesiumgroepen van 185 naar 207 mg/dl in de lagere-doseringgroep en van 227 naar 229 mg/dl in de hogere-doseringgroep. De A1C verminderde in de lagere-doseringgroep (van 10,2 naar 9,7%) en nam in de hogere-doseringgroep toe (van 9,0 naar 9,2%).
  • Een onderzoek dat geen verbetering van metabolische controle aantoonde werd uitgevoerd onder 40 mensen met diabetes type 2. De patiënten hadden lage magnesiumniveaus en kregen gedurende drie maanden magnesiumcitraat (30 mmol per dag). Hun A1C nam enigszins af, maar de verandering was niet significant (7,2 tot 7,4%).
  • Een onderzoek onder patiënten met diabetes type 2 die insuline nodig hadden, liet ook geen verbeteringen zien. In totaal 50 patiënten kregen gedurende drie maanden 15 mmol magnesium aspartaat hydrochloride per dag, of een placebo. Er was geen verschil in plasmaglucose tussen de magnesium- en de placebogroepen aan het einde van het onderzoek, hoewel de glucose licht daalde in de controlegroep. De A1C veranderde noch in de magnesium-, noch in de placebogroepen.

Bijwerkingen en wisselwerking met geneesmiddelen
Bijwerkingen zijn onder andere maag-, buik- en darmklachten, misselijkheid, overgeven en diarree. Mensen met een verzwakte nierfunctie kunnen beter geen magnesiumsupplementen nemen omdat de nieren het magnesium niet afdoende kunnen afvoeren.

Talloze medicijnen, waaronder diuretica, dixogine, beta-2 agonisten, steroïden, cyclosporine en verscheidene andere, kunnen magnesium aan het lichaam onttrekken. Daarnaast kunnen magnesiumsupplementen interfereren met de opname van bepaalde geneesmiddelen zoals tetracycline, fluorchinolonen (Cipro), calciumsupplementen en bifosfonaten (Fosamax).

De combinatie van magnesium met medicijnen als calcium-channel blockers kan de bloeddruk te veel verlagen en je kunt je duizelig voelen. Er kunnen zich ook hoge magnesiumniveaus voordoen als men magnesiumsupplementen neemt samen met kalium-sparende diuretica zoals spironolacton.

Heilige basilicum

Heilige basilicum – Holy Basil

Heilige basilicum
Ocimum sanctum

Andere benaming
Holy basil, green holy basil, hot basil

Heilige basilicum is een inheems Indiaas kruid en wordt beschouwd als een van de belangrijkste medicinale planten in de Ayurveda. De Hindu-benaming tulsi betekent ‘de onvergelijkbare’. Heilige basilicum heeft een aangenaam aroma en is verkrijgbaar in de rode en groene variant. De plant wordt bij Hindu-tempels gekweekt en groeit daar overvloedig. Hoewel het een inheemse Indiase plant is, wordt hij overal ter wereld gekweekt. De plant zelf is harig en de vele vertakkingen hebben kleine, tere blaadjes. De blaadjes, stengels, zaadjes en olie worden medicinaal toegepast. Heilige basilicum is ook een ingrediënt dat vaak wordt gebruikt in Indiase soep en roerbakgerechten.

Toepassing
Mensen met diabetes type 1 of 2 gebruiken heilige basilicum om hun bloedglucose op peil te houden. Wetenschappers hangen de theorie aan dat basilicumblaadjes wellicht de insulineafgifte verbeteren, hoewel dit effect niet bewezen is door middel van grondig onderzoek. Heilige basilicum is een van de vele kruiden die als voedsel mogelijk baat hebben, maar wanneer het als voedingssupplement wordt genomen is het effect twijfelachtig.

In eerste instantie gebruiken mensen heilige basilicum ter behandeling van gewone verkoudheden, griep, astma, malaria en tuberculose. Het wordt ook gebruikt tegen steekmuggen en als plaatselijke behandeling van ringworm, evenals tegengif voor schorpioenen- en slangenbeten. Bij dieren is aangetoond dat heilige basilicum een pijnstillende (verdovende) en koortsverlagende werking heeft en bescherming biedt tegen het effect van zweren als gevolg van ontstekingsremmende medicijnen als aspirine. Ook is het een populair middel tegen stress.

Dosering
Er is geen aanbevolen dosis bekend, afgezien van één onderzoek waarin 2,5 gram gedroogd bladpoeder eenmaal per dag op een lege maag werd ingenomen.

Onderzoek

  • Slechts één beperkt onderzoek heeft heilige basilicum bestudeerd bij diabetes. Veertig patiënten met diabetes type 2 werd gevraagd om 7 dagen voor het begin van het onderzoek te stoppen met hun medicijnen voor diabetes. Alle patiënten kregen een extract van heilige basilicumblaadjes gedurende een aanlooptijd van vijf dagen. Vervolgens werd de helft van hen gerandomiseerd voor 2,5g heilige basilicumblaadjespoeder en de andere helft kreeg een placebo (neppil) gedurende vier weken. Daarna ruilden de patiënten gedurende vier weken van groep. Over het geheel genomen verminderde heilige basilicum de nuchtere bloedglucose met 17,6% en de glucose na de maaltijd met 7,3%, en nam de totale cholesterol enigszins af. Geen van de patiënten had last van bijwerkingen.

Bijwerkingen en wisselwerking met geneesmiddelen
In het eenmalige onderzoek naar heilige basilicum en diabetes meldden de patiënten geen bijwerkingen. Bij dieren echter zou heilige basilicum de hoeveelheid sperma en aldus de vruchtbaarheid verminderen.

Er zijn geen cases gemeld van bijwerkingen met geneesmiddelen door heilige basilicum. Theoretisch zou heilige basilicum lage bloedglucose kunnen veroorzaken in combinatie met diabetes-medicijnen zoals secretagogen of insuline. Patiënten moeten ook alert zijn op het gebruik van heilige basilicum met bloedverdunners (warfarine, aspirine, of Cox-2 remmers zoals Celecoxib) of voedingssupplementen (gember, knoflook en andere). Theoretisch gezien kan heilige basilicum ook interfereren met kalmerende middelen uit de fenobarbital-familie (barbituraten).

Gymnema sylvestre

Gymnema sylvestre

Gymnema sylvestre

Andere benaming
Periploca of the woods, Meshas ringi (ram’s hoorn), gurmar

Gymnema wordt al eeuwenlang gebruikt in Ayurveda, een traditionele gezondheidsleer die zijn oorsprong had in India en die steeds populairder wordt in de Verenigde Staten. Gymnema is ook bekend als gurmar, de ‘suikervernietiger’ omdat het het vermogen afzwakt om zoetheid te proeven. In India wordt gymnema van oudsher toegepast ter behandeling van madhu meha, honingurine of diabetes. Deze houtachtige klimplant groeit in het tropisch regenwoud in Midden- en Zuid-India. De bladeren bevatten de medicinale werking.

Toepassing
Diabetes type 1 of 2-patiënten gebruiken gymnema om hun bloedglucose op peil te houden. Gymnema-extract wordt in tabletvorm of oraal ingenomen. Wetenschappers weten niet precies hoe gymnema werkt, maar ze vermoeden dat het de opname en het gebruik van glucose in de lichaamscellen en – weefsels bevordert.

Dosering
Patiënten wordt een gestandaardiseerd extract van gynnema aanbevolen. Een gebruikelijke dosis is 400 mg per dag, die volgens de standaard 24% gymnemisch zuur bevat.

Onderzoek
Sinds de jaren 30 is gymnema gedurende twee jaar onderzocht bij diabetespatiënten. De doelstellingen voor A1C (een meting van de gemiddelde bloedglucose in een periode van drie maanden) en voor nuchtere glucose werden in gepubliceerde onderzoeken naar gymnema echter niet behaald.

  • In een onderzoek naar diabetes type 1 kregen 27 patiënten tweemaal daags gedurende 6-30 maanden 200 mg gymnema. De onderzoekers letten op A1C, nuchtere bloedglucose en insulinedoses. De gemiddelde A1C nam af van 12,8 naar 9,5% na 6-8 maanden. Na 16-18 maanden hadden de 22 patiënten die doorgingen met het gebruik van gymnema een gemiddeld A1C van 9%. Aan het einde van de 26-30 maanden vertoonden de zes patiënten die gymnema bleven gebruiken een verdere afname tot 8,2%. De gemiddelde nuchtere glucose nam af van 232 naar 177 mg/dl na 6-8 maanden, 150 mg/dl na 16-18 maanden, en 152 mg/dl na 20-24 maanden. De gemiddelde insulinedosis nam af van 60 tot 45 eenheden per dag na 6-8 maanden en nam verder af naar 30 eenheden per dag na 26-30 maanden. Een controlegroep van 37 patiënten die alleen insuline namen werd ook 10-12 maanden gevolgd; deze individuen vertoonden geen verandering in hun bloedglucose of A1C.
  • In een afzonderlijke studie namen 22 patiënten met diabetes type 2, 400 mg gymnema per dag gedurende 18-20 maanden in combinatie met sulfonylurea (medicatie tegen diabetes). De gemiddelde A1C nam af van 11,9 tot 8,5% en de gemiddelde nuchtere glucose verminderde van 174 tot 124 mg/dl na 18-20 maanden. Met name vijf individuen konden stoppen met de sulfonylureum. De vetachtige stoffen in het bloed, ofwel lipiden, namen ook significant af gedurende het onderzoek. Een controlegroep van 25 patiënten die sulfonylureum gebruikten plus een placebo (een neppil) vertoonde geen significante veranderingen in hun A1C, nuchtere glucose of lipiden.

Bijwerkingen en wisselwerking met geneesmiddelen
Er zijn geen nadelige bijwerkingen gemeld voor gymnema, hoewel deze stof in theorie een lage bloedglucose kan veroorzaken. Zwangere of borstvoeding gevende vrouwen, evenals kinderen of oudere patiënten kunnen beter geen gymnema nemen omdat voor deze groepen de werking niet onderzocht is.

Gymnema kan de bloedglucose-verlagende effecten of de werking van bepaalde medicijnen voor diabetes versterken. De medicijnen in kwestie zijn insuline, sulfonylurea, of het nonsulfonylureum secretagogue, zoals Prandin of Starlix. Zoals met elk supplement kun je het beste je huisarts raadplegen als je gymnema inneemt of wilt gaan innemen.

Uit: Guide to Herbs & Nutritional Supplements – Laura Shane-McWhorter – The American Diabetes Association

Ginko Biloba

Ginkgo Biloba

Ginkgo biloba

Andere benaming
tempelboom, waaierboom, Japanse notenboom, maidenhair tree

Ginkgo biloba, ook bekend als ‘ginkgo’, kent een unieke geschiedenis. Het is een van de oudste boomsoorten ter wereld, een levend fossiel daterend uit het Perm, ruim 200 miljoen jaar geleden. Het is de eenzame overlevende van een groep naaktzadigen uit de familie Ginkgoaceae. De bomen, die wel 38 meter hoog kunnen worden, hebben een tweelobbig, waaiervormig blad. De ginkgo is eenslachtig. De eerste bloei vindt pas plaats na 20-25 jaar bij de mannelijke bomen terwijl de vrouwelijke een vrucht produceren die in de herfst uit de boom valt. Het binnenste zaadje is eetbaar en wordt op Aziatische markten verkocht. De ginkgoboom kan heel oud worden, sommige wel meer dan 1000 jaar oud. Extracten van gedroogde bladeren van jongere bomen worden in voedingssupplementen verwerkt. Ginkgo is een van de meest gebruikte supplementen in Duitsland en wordt over de hele wereld toegepast bij de ziekte van Alzheimer en dementie.

Toepassing
Ginkgo is waarschijnlijk het populairst vanwege zijn gunstige effect op het geheugen en denkvermogen. Het supplement heeft veel toepassingen en kreeg niet alleen bekendheid door de behandeling van Alzheimer, maar ook van Perifeer Artieel Vaatlijden (PAV – ofwel ‘etalagebenen’, een toenemende vernauwing van de perifere slagaders, met name in de benen en voeten), van seksuele problemen veroorzaakt door antidepressiva, van winterhanden of –tenen, duizeligheid en oorsuizingen, hoogtevrees en astma. Ginkgo kan helpen bij slecht zien doordat het de doorbloeding stimuleert en kan gunstig uitwerken bij glaucoom (groene staar) en maculadegeneratie (netvliesveroudering).

Bij diabetes kan gingko helpen tegen perifere bloedsomloopproblemen zoals intermitterende mankheid (niet bij elke pas aanwezig), of bij oogklachten zoals retinopathie (retina). De werkzame ingrediënten remmen vermoedelijk de bloedklontering, verbeteren de bloedsomloop en gaan de strijd aan met vrije radicalen. De rol die ginkgo speelt bij verlaging van de bloedglucose en verbetering van de insulineweerstand, is nog niet bekend. Wetenschappers onderzoeken nog het effect van gingko op insulineresistentie.

Dosering
De doseringen van ginkgo variëren: 120-240 mg per dag voor dementie, 120-160 mg per dag voor perifere vasculaire aandoeningen, en 240 mg per dag voor retinopathie. Gingko biloba wordt toegediend in meerdere doses, meestal twee- of driemaal daags gedurende ten minste 6-8 weken.

Onderzoek

  • Het effect van ginkgo op de insulineafgifte is in drie verschillende studies onderzocht. In elk onderzoek werd dagelijks gedurende drie maanden 120 mg ginkgo toegepast. De resultaten varieerden en waren niet doorslaggevend.
  • Een onderzoek van drie maanden werd uitgevoerd bij 25 patiënten met diabetes type 2 en retinopathie. Een ginkgo-extract met de naam Egb 761 in een dosis van 240 mg per dag werd geëvalueerd. Factoren zoals de bloedtoevoer naar de haarvaten in het netvlies, de bloedviscositeit en de efficiëntie van het zuurstoftransport verbeterden met ginkgo. Over het geheel genomen verbeterde ginkgo de bloedsomloop in de haarvaten van het netvlies zonder de bloedglucosewaarden te verhogen.

Verscheidene studies onderzochten ginkgo bij intermitterende mankheid – spierpijn gedurende lichaamsbeweging – en ontdekten dat ginkgo een pijnloze loopafstand kan vergroten.

  • Een zorgvuldig opgezet onderzoek van 24 weken nam 111 patiënten onder de loep die in eerste instantie slechts in staat waren tot een korte wandeling zonder pijn. Degenen die 120 mg ginkgo per dag kregen, waren in staat de pijnloze loopafstand met 40% te vergroten, vergeleken met 20% in de placebogroep. Patiënten die ginkgo kregen, waren ook in staat langere afstanden zonder pijn te lopen.
  • Een analyse van acht onderzoeken naar ginkgo bij intermitterende mankheid gaf een langere afstand van pijnloos lopen te zien. Patiënten waren in staat om gemiddeld bijna 35 meter langer door te lopen als ze gingko namen.
  • Er werd ook een andere analyse uitgevoerd van negen zorgvuldig opgezette onderzoeken – dubbelblind, met placeboconditie. De proefnemingen beoordeelden 619 mensen die 120/160 mg per dag namen gedurende 6 tot 24 weken. De resultaten vielen gunstiger uit voor de ginkgo-groep.

Bijwerkingen en wisselwerking met geneesmiddelen
Een klein aantal patiënten had last van maag-, buik- en darmklachten. Patiënten meldden ook hoofdpijn in de eerste paar dagen dat ze ginkgo namen. Blootstelling aan de vruchtenpulp kan huiduitslag veroorzaken, aangezien de ginkgo-vrucht enigszins lijkt op de gifsumak en huidallergie kan veroorzaken. Het eten van de zaadjes kan vanwege bepaalde gifstoffen toevallen in de hand werken. Daarbij moet men ginkgo niet in combinatie nemen met medicijnen die de kans op een toeval vergroten.

Enkele van de zorgelijkste effecten zijn bloedingen in het brein en de ogen. In een recente beoordeling van casusrapporten trok men de conclusie dat er een oorzakelijk verband kan bestaan tussen verhoogde kans op bloedingen met het gebruik van ginkgo en dat nader onderzoek nodig is.

De belangrijkste wisselwerking met medicijnen is de kans op bloedingen in combinatie met bloedverdunners zoals warfarine, aspirine, of Cox-2-remmers – pijnstillers – zoals celecoxib – Celebrex – of voedingssupplementen als gember, knoflook en moederkruid.

Een rapport gaf aan dat een patiënt met dementie die ginkgo nam met het antidepressivum trazodone, in coma was geraakt.

Ook een wisselwerking met alprazolam – Xanax – serumconcentraties werd gemeld. De ginkgo verlaagde de niveaus van dit medicijn in het bloed met 17%.

Steeds vaker wordt aangetoond dat ginkgo ook de gehaltes van veel medicijnen in het bloed zou verhogen, maar de effecten zijn wisselend. Om die reden is het belangrijk dat je huisarts de bloedwaarden van je medicatie meet, zoals bepaalde psychiatrische medicijnen, enkele hartmedicijnen en het antistollingsmiddel warfarine. Bovendien kan ginkgo de werking veranderen van sulfonylurea zoals glipizide en glyburide.

Aangezien ginkgo invloed kan uitoefenen op je insuline, moet je je bloedglucose nauwlettend controleren. Zoals met elk supplement kun je het beste je huisarts raadplegen als je ginkgo neemt of wilt gaan nemen.

Uit: Guide to Herbs & Nutritional Supplements – Laura Shane-McWhorter – The American Diabetes Association

Fenegriek

Fenegriek

Fenegriek
Trigonella foenum-graecum

Fenegriek is een groen, bladachtig kruid dat in overvloed groeit in India, Egypte en andere delen van het Midden-Oosten. De plant werd voor het eerst in 1500 v. Chr. in Egypte beschreven. In de hele geschiedenis is de plant gebruikt om spijsverterings- en overgangsklachten te behandelen en om na de geboorte de moedermelk op gang te brengen.

Fenegriekblaadjes worden als groente gegeten in India. Nog altijd worden de aromatische fenegriekzaadjes overal ter wereld gebruikt als specerij of medicijn. De zaadjes ruiken sterk en smaken een beetje als ahornstroop; ze worden gebruikt om de smaak van medicijnen te verdoezelen.

Toepassing
De Amerikaanse Food and Drug Administration heeft fenegriek de GRAS-status toegekend (Generally Recognized As Safe). Fenegriekzaad wordt in gemalen vorm oraal ingenomen ter behandeling van diabetes type 1 en 2. Weinig studies bevestigden echter hoe goed het eigenlijk werkt. Fenegriek zou goed zijn voor het weefsel in de alvleesklier en voor het glucosegehalte en kan zowel de opname van koolhydraten als de insulineresistentie verbeteren.

Fenegriek wordt ook gebruikt tegen constipatie en hoge cholesterol en om de borstvoeding op gang te brengen. Er is echter geen onderzoek gedaan dat toepassing bij het op gang brengen van de moedermelk ondersteunt.

Dosering
De doses variëren, maar vaak is dat 10-15 gram per dag, als afzonderlijke dosis of verdeeld over de maaltijden, of 1g van een hydroalcoholisch extract.

Onderzoek
Er zijn slechts enkele studies gepubliceerd naar fenegriek en diabetes. De meeste waren kortetermijnstudies onder een paar patiënten, waarvan de bijzonderheden niet adequaat zijn gerapporteerd.

  • In een onderzoek werden tien patiënten met diabetes type 1 die insuline gebruikten tien dagen gevolgd. De patiënten kregen óf een placebo óf tweemaal daags 50g ontvet fenegriek zaadpoeder in ongedesemd brood. De nuchtere glucose van de fenegriek-groep verminderde van gemiddeld 272 tot 196 mg/dl. De totale cholesterol, LDL, en triglyceriden verminderden eveneens in deze groep.
  • Een grootschaliger onderzoek betrof een experiment met zestig patiënten met slecht onder controle gehouden diabetes type 2. Ze kregen zes maanden dagelijks fenegriek zaadpoeder, in twee gelijke doses van totaal 25g bij de lunch en het avondeten. De gemiddelde nuchtere glucose nam na zes maanden af van 151 naar 112 mg/dl. Ook het glucosegehalte na de maaltijd nam af. De gemiddelde gemeten glucose na 1 uur ten opzichte van de basislijn was 245 mg/dl aan het begin van het onderzoek en was na zes maanden afgenomen tot 196 mg/dl. De gemiddelde glucose die na 2 uur werd gemeten nam af van 257 naar 171 mg/dl. De gemiddelde A1C, de bloedglucosewaarde gemeten over een periode van 3 maanden, nam na acht weken af van 9,6 tot 8,4%.
  • In een ander onderzoek kregen 25 recentelijk gediagnosticeerde diabetes type 2-patiënten ofwel een hydroalcoholisch fenegriek-extract ofwel een placebo; ze werden geïnstrueerd gedurende twee maanden hun normale eet- en lichaamsbewegingspatroon voort te zetten. De fenegriek-groep kreeg dagelijks 1g van het zaadextract. De fenegriek-groep week niet af van de placebogroep voor nuchtere glucose of na de maaltijd gemeten glucose, hoewel de eerste groep wel een verbeterd lipideprofiel liet zien voor tryglyceriden en HDL.

Bijwerkingen en wisselwerking met geneesmiddelen
De belangrijkste bijwerkingen zijn onder andere diarree en darmgassen of flatulentie, die meestal na een paar dagen afnemen. Zwangere vrouwen wordt fenegriek afgeraden omdat ze er baarmoedercontracties van kunnen krijgen. Ook een loopneus werd gemeld, een piepende ademhaling en flauwvallen na inademen van het zaadpoeder. Een patiënt met chronische astma die fenegriekpasta op de huid aanbracht, kreeg last van een piepende ademhaling en een gezwollen huid. In theorie kunnen mensen met een pinda-allergie ook allergisch zijn voor fenegriek omdat dit ook tot de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae) behoort. Al deze bijwerkingen kunnen optreden bij baby’s die borstvoeding krijgen van moeders die fenegriek gebruiken, zodat het in de moedermelk terechtkomt.

Patiënten die ontstekingsremmers of antistollingsmiddelen zoals warfarine slikken, of kruiden met bloedverdunnend effect zoals ginkgo biloba, knoflook of gember, kunnen beter geen fenegriek nemen. Fenegriek kan ook de werking van antidiabetica versterken en lage bloedglucose veroorzaken. Zoals met alle supplementen is het raadzaam eerst je huisarts te raadplegen voordat je fenegriek neemt.

Uit: Guide to Herbs & Nutritional Supplements – Laura Shane-McWhorter – The American Diabetes Association

Co-enzyme Q10

Co-enzyme Q10

Co-enzym Q10

Andere benaming
ubichinon-10, CoQ10, Q10

Co-enzym Q10 is een vitamineachtige stof die in alle menselijke en dierlijke cellen voorkomt. De stof wordt door het lichaam aangemaakt en bevindt zich in hoge concentraties in de hersenen, het hart, de lever, de nieren en de alvleesklier. Het co-enzym Q10-gehalte neemt af naarmate we ouder worden, maar ook bij hartziekten, Parkinson, kanker en paradontale ziekte. Q10 zit in gevogelte (kip), rundvlees en broccoli. Wetenschappers maken co-enzym Q10 in tabletvorm via speciale laboratoriumprocédé’s met bieten, suikerriet en gist.

Toepassing
Er is enig bewijs geleverd dat co-enzym Q10 het bloedsuikergehalte een beetje verlaagt. Q10 is essentieel voor de cellen om energie te produceren. Wetenschappers hangen de theorie aan dat de insulineproducerende cellen in de alvleesklier bij diabetes wellicht niet de beste co-enzym Q10-werking hebben. In theorie zouden Q10-supplementen je lichaam beter in staat stellen om insuline aan te maken.

Co-enzym Q10 is bekender vanwege de mogelijk gunstige effecten op hart- en bloedvaten. De meeste mensen nemen Q10 tegen diverse aandoeningen, zoals hartziekten, Parkinson, spierdystrofie en paradontale ziekte. Patiënten die bepaalde cholesterolverlagende medicamenten nemen – statines – gebruiken ook wel Q10-supplementen omdat statines het gehalte co-enzym Q10 zouden verlagen. Het voordeel van extra co-enzym Q10 voor dit doel is niet consistent door grondig langetermijnonderzoek aangetoond.

Dosering
De dosering van co-enzym Q10 varieerde in de verschillende studies. In diabetes-onderzoeken is de dagelijkse dosis 100-200 mg. Voor hoge bloeddruk en andere hart- en vaatziekten varieerde de dagelijkse dosis van 100 tot 225 mg, hoewel bij de behandeling van verscheidene hart- en vaataandoeningen tot maar liefst 600 mg werd gebruikt, verdeeld over meerdere doses.

Onderzoek
Hoewel men heel enthousiast is over co-enzym Q10 en langlopende onderzoeken geen nadelige effecten lieten zien, is nader onderzoek nodig om de positie van het enzym te bepalen in een dagelijks behandelplan.

Co-enzym Q10 werd het meest uitgebreid geëvalueerd ter behandeling van hartziekten, waaronder hoge bloeddruk en congestief hartfalen. Diabeten dienen extra alert te zijn op het risico van hartziekten, aangezien twee van de drie mensen met diabetes overlijdt aan een hartziekte of beroerte.

Veel onderzoeken zijn echter zogenaamde ‘open-label studies’ waarbij de deelnemers weten welke behandeling ze krijgen, wat in onbedoelde vooringenomenheid (‘bias’) ten gunste van co-enzym Q10 kan resulteren. In andere onderzoeken werd geen controlegroep gebruikt. In weer andere studies was de opzet inadequaat (niet-gerandomiseerd of blind), of waren de resultaten voor de patiënten onbevredigend. Zo hadden bloeddrukonderzoeken onacceptabele ‘eindpunten’ (de doelstelling of het gewenste effect van een onderzoek). Hoewel de systolische en diastolische bloeddruk aanzienlijk afnamen, waren de bloeddrukwaarden aan het einde van de studie nog steeds veel hoger dan raadzaam is voor diabeten.

  • In een onderzoek onder 109 patiënten met hoge bloeddruk werd co-enzym Q10 toegevoegd aan de medicatie tegen hoge bloeddruk. De gemiddelde dosis was 225 mg per dag; de patiënten werden gemiddeld dertien maanden gevolgd. De systolische bloeddruk nam af van 159 naar 147 mmHg, en de diastolische bloeddruk van 94 naar 85 mmHg.
  • In een afzonderlijke studie kregen dertig patiënten met hoge bloeddruk tweemaal daags 60 mg co-enzym Q10, en dertig patiënten acht weken lang een vitamine B-complex. Bij patiënten die co-enzym Q10 kregen, nam de bloeddruk significant af van 168 naar 152 mmHg systolische en van 106 tot 97 mmHg diastolische druk. De systolische bloeddruk van patiënten die behandeld werden met vitamine B daalde slechts van 166 naar 164 mmHg en de diastolische druk daalde van 105 naar 103 mmHg. Hoewel de onderzoekers meldden dat de patiënten geen diabetes hadden, werd insulineresistentie bij hen wel vermoed. De basislijn voor glucose nam in de co-enzym Q10-groep na acht weken af van 141 tot 95 mg/dl. De vermindering van bloedglucose in de vitamine-B-complexgroep was niet significant. Nuchtere plasma-insuline nam af van 465 tot 257 picomoles per liter (pM/L) in de co-enzym Q10-groep. Dit veranderde niet significant in de vitamine B-groep.
  • De gunstige effecten van co-enzym Q10 op congestief hartfalen zijn omstreden. Over het algemeen was co-enzym Q10 goed voor de vermindering van het aantal ziekenhuisopnames, evenals voor bepaalde klinische parameters voor hartfalen. Tijdens een zorgvuldig opgezet éénjarig onderzoek onder 641 patiënten met hartfalen werden de patiënten minder vaak in het ziekenhuis opgenomen vanwege hartfalen en werden er met co-enzym Q10 minder episodes van pulmonaal oedeem (overmatige vloeistof in de longen) geconstateerd. Recent zorgvuldig opgezet onderzoek met duidelijk omlijnde parameters ontdekte echter geen gunstige effecten van co-enzym Q10 voor 55 patiënten met symptomen van ernstig hartfalen. Een lopend langetermijn-experiment onder ruim 500 mensen met symptomen van hartfalen die meer dan twee jaar lang gevolgd worden, zal de rol van co-enzym Q10 hopelijk beter kunnen bepalen.

In studies van patiënten met diabetes type 1 of 2 hebben co-enzym Q10-supplementen neutrale tot enigszins gunstige effecten laten zien op de nuchtere glucose en A1C (de gemiddelde bloedglucosewaarde gedurende 3 maanden).

  • In een zorgvuldig opgezet onderzoek kregen 34 patiënten met diabetes type 1 drie maanden lang dagelijks 100 mg co-enzym Q10 of een placebo (neppil). De A1C nam af van 8,04 naar 7,86% in de co-enzym Q10-groep en van 8,02 naar 7,84% in de placebogroep. De verlaging was in geen van beide groepen statistisch significant. De dagelijkse bloedglucose verminderde van 160 naar 145 mg/dl in de co-enzym Q10-groep en van 161 naar 153 mg/dl in de placebogroep. Ook nu was de verlaging in geen van beide groepen significant. Er waren geen opmerkelijke verschillen in systolische of diastolische bloeddruk in beide groepen.
  • In een afzonderlijke, zorgvuldig opgezette studie kregen 12 patiënten met diabetes type 2 tweemaal daags 100 mg co-enzym Q10. Elf patiënten kregen een placebo-pil. Alle proefpersonen namen ook sulfonylurea, zoals glyburide of glipizide. Er trad geen verbetering op in de diabetes-controle. De A1C-waarde was na zes maanden verhoogd van 8,7 tot 9,1% in de co-enzym Q10-groep en van 7,9 tot 8,1% in de placebogroep. De nuchtere glucose verminderde van 211 naar 198 mg/dl in de co-enzym Q10-groep en van 203 naar 191 mg/dl in de placebogroep.
  • In een ander onderzoek werd het effect vastgesteld van co-enzym Q10 op de bloedglucose en bloeddruk van 74 patiënten met diabetes type 2 en hoge cholesterol. De patiënten kregen twaalf weken lang óf tweemaal daags 100 mg co-enzym Q10, óf dagelijks 200 mg fenofibraat, óf een combinatie van co-enzym Q10 en fenofibraat, of een placebo. De bloedglucoseresultaten waren beter voor de combinatie co-enzym Q10 en fenofibraat dan voor co-enzym Q10 op zich, of een placebo. De combinatiegroep had wellicht baat bij het effect van fenofibraat op verlaagde triglyceride-waarden. De auteurs meldden ook dat met supplementen van co-enzym Q10 de systolische bloeddruk afnam met 6,1 mmHg en de diastolische druk met 2,9 mmHg.

Bijwerkingen en wisselwerking met geneesmiddelen
Nadelige effecten kwamen zelden voor, zelfs niet na langdurig gebruik tot 6 jaar lang. Bij enkele patiënten deden zich maag-, buik-, of darmklachten voor, waaronder diarree, misselijkheid, anorexie (gebrek aan eetlust) en klachten in de bovenbuik. Hoewel eerdere meldingen werden gedaan van abnormale leverfunctie-uitslagen, gaven data op de lange termijn betreffende 600 mg per dag geen veranderingen in de leverfunctie te zien.

Co-enzym Q10 kan een wisselwerking opleveren met de werking van bepaalde medicijnen zoals het antistollingsmiddel warfarine. Een onderzoek bij patiënten die co-enzym Q10 en warfarine namen, leverde echter geen effecten op vanwege die combinatie op de bloedverdunning. Roken onttrekt echter wel co-enzym Q10 aan het lichaam.

Een behandeling met statines kan het co-enzym Q10-gehalte verlagen, wat weer kan bijdragen aan statine-gerelateerde (spier)pijn, hoewel deze interactie omstreden is. Een onderzoek waarin lage doses van bepaalde statines werden gebruikt, resulteerde niet in lagere co-enzym Q10-waarden, maar een ander onderzoek waarin lage en hoge doses statines werden toegepast, gaf lagere niveaus co-enzym Q10 te zien. Verminderde co-enzym Q10-concentraties bij behandeling met statine werden ook bij diabeten gemeld.

Mensen die rode-gistrijst eten moeten er alert op zijn dat het supplement een ingrediënt bevat dat in essentie een statine is, en dus statine-achtige effecten heeft. Rode gist kan de natuurlijke voorraad co-enzym Q10 verlagen.

Aan de andere kant kan inname van co-enzym Q10 in combinatie met bloeddruk- of diabetesmedicijnen het effect ervan verhogen. Een mogelijk gunstige wisselwerking met medicijnen deed zich voor met doxorubicine, een medicijn tegen kanker. Co-enzym Q10 vermindert wellicht enkele schadelijke effecten van doxorubicine voor het hart.

Sommige wetenschappers beweren dat co-enzym Q10 een extra gunstig effect kan hebben in combinatie met een ander supplement, L-carnitine, voor de bescherming door antioxidanten tegen bepaalde toxines.

 

Uit: Guide to Herbs & Nutritional Supplements – Laura Shane-McWhorter – The American Diabetes Association

Chroom

Chroom

Chroom

Chroom (chromium) is een chemisch element dat zich in verscheidene vormen voordoet. In onze voeding is de belangrijkste vorm een mineraal, zoals in zemelrijke graanproducten, broccoli, eierdooiers, brouwersgist, vlees, noten, kaas, bier en wijn. Niet duidelijk is hoeveel chroom de gemiddelde persoon precies moet consumeren, maar wetenschappers aan het Amerikaanse Institute of Medicine bevelen een minimale dagelijkse hoeveelheid aan van 35 microgram (μg) per dag voor jonge mannen en 25 μg per dag voor jonge vrouwen.

Een tekort aan chroom kan zich voordoen bij zwangere vrouwen, mensen met ongezonde eetgewoonten, patiënten met onvoldoende zelfcontrole van glucose of mensen die veel glucose consumeren. Op dit moment is er geen bewijs dat een chroomtekort hoger is bij diabetespatiënten dan bij niet-diabetespatiënten. Uit onderzoek is wel gebleken dat dieren met een chroomtekort diabetes ontwikkelden. Het is moeilijk om te bepalen wanneer iemand een chroomtekort heeft, omdat er geen goede testmethode is om chroomwaarden in het lichaam te meten. Dit maakt het helaas ook lastig om te meten in hoeverre chroomsupplementen een chroomtekort opheffen.

Toepassing
Patiënten met diabetes type 1 of 2 nemen chroom om hun bloedsuikerwaarden en cholesterol op peil te houden. Een vorm die chromium picolinaat heet, verkrijgbaar in tabletten of capsules, blijkt het meest geschikte supplement. Chroom wordt ook gebruikt om af te vallen en om door steroïden veroorzaakte diabetes tegen te gaan.

Wetenschappers weten dat het menselijk lichaam chroom nodig heeft voor de stofwisseling van glucose. Maar niemand weet precies welk effect chroom heeft op de bloedsuikerspiegel. Het versterkt wellicht de effecten van insuline of van de activiteit van insuline-producerende cellen in de alvleesklier.

In augustus 2005 keurde de Amerikaanse FDA een op een kleinschalig onderzoek gebaseerde gezondheidsclaim goed dat chromium picolinaat het risico van insulineresistentie zou verkleinen. Het officiële standpunt van de Amerikaanse Diabetes Vereniging is dat er geen afdoend bewijs is om het gebruik van chroomsupplementen door diabeten aan te moedigen. Het supplement is echter nog steeds populair en de algehele bijwerkingen zijn niet ernstig.

Dosering
De Food and Nutrition Board van het Amerikaanse Institute of Medicine heeft voor jonge mannen een dagelijkse hoeveelheid van 35 μg aanbevolen en voor jonge vrouwen 25 μg. Er is geen bovengrens ingesteld voor chroom omdat er maar weinig bijwerkingen werden gemeld. De doorsnee dagelijkse dosis chroom is 200 μg, hoewel onderzoek heeft aangetoond dat hogere doses meer effect hebben.

Onderzoek
Onderzoek naar chroom ter behandeling van bloedsuikeraandoeningen heeft gemengde resultaten opgeleverd. Onderdeel van het probleem is de discussie over de meest geschikte formule voor chroom en over de beste ‘markers’ voor het meten van chroom in het lichaam.

  • Uit een zorgvuldig opgezet onderzoek (gerandomiseerd, dubbelblind met placebo-controlegroepen) onder 180 Chinese patiënten bleek dat het nuchtere bloedglucosegehalte significant afnam bij patiënten die dagelijks 1000 μg chromium picolinaat namen. Hun A1C-waarden – een meting van de gemiddelde bloedglucosewaarde over 3 maanden – namen ook af. Dit in vergelijking met patiënten die dagelijks 200 μg chromium picolinaat namen of een placebo (neppil). Gedurende het onderzoek kregen patiënten dagelijks, vier maanden achtereen 100, dan wel 500 μg chromium picolinaat of een placebo. Het nuchtere bloedglucosegehalte nam af in de 1000-μg-groep na 2 en 4 maanden. Uit grafische voorstellingen bleek dat de A1C 9,4% was in de twee chromiumgroepen en 9,2 % in de placebogroep in het begin van het onderzoek. Na vier maanden was de A1C respectievelijk 8,5%, 7,5% en 6,6% in de placebo-, 200-μg- en 1000-μg-groep. De A1C nam dus met 2,8% af in de groep met de hoogste dosering en met 1,9% in de andere chromiumgroep. Men moet echter blijven bedenken dat de Chinese patiënten in dit onderzoek een afwijkende chroominname hadden uit hun voeding vergeleken bij de gemiddelde Amerikaan. De Chinese patiënten waren ook veel slanker dan veel typische diabetespatiënten in de Verenigde Staten.
  • Een recente analyse van verschillende chroom- en diabetesonderzoeken bracht aan het licht dat de gegevens niet overtuigend zijn en dat er meer onderzoek nodig is om de rol van chroomsupplementen bij diabeten te kunnen beoordelen.
  • Een andere review beoordeelde verscheidene studies, waaronder die met langduriger gebruik van chroom in hogere doses; ontdekt werd dat er over het algemeen enig voordeel te halen is uit het gebruik van chroomsupplementen.
  • Twee recente onderzoeken leverden negatieve resultaten op. In het ene onderzoek werd dagelijks drie maanden lang 800 μg chromium picolinaat gebruikt door patiënten met een gestoorde glucosetolerantie en in het andere werd 1000 μg per dag gebruikt door zwaarlijvige patiënten met diabetes type 2 die insuline namen. Critici beweren echter dat de dosis chroom waarom het ging niet optimaal was omdat het gebruikte chromium picolinaat slechts 12,4% chromium picolinaat bevatte.
  • Op dit moment wordt grondig onderzoek gedaan naar supplementen met chromium picolinaat in combinatie met de vitamine-B-soort biotine (ook wel B8 of H). Zo toonde een zorgvuldig opgezette studie (gerandomiseerd, dubbelblind met placebo-controlegroepen) onder diabetes type 2-patiënten die oraal antidiabetica nemen, positieve resultaten voor bloedglucose. In totaal 226 patiënten namen een supplement van 600 μg chroom plus 2 mg biotine, en 122 patiënten namen dagelijks 90 dagen achtereen een placebo. In de chroomgroep nam de A1C af met 0,54% vanaf een basislijn van 8,73%, terwijl de placebogroep vanaf een basislijn van 8,46% een afname van 0,34% liet zien. Het nuchtere bloedglucosegehalte nam over het algemeen significant af van 170 naar 160 milligram/deciliter (mg/dl) in de chroomgroep, en steeg licht in de placebogroep – van 171 naar 172 mg/dl.

Bijwerkingen en wisselwerking met geneesmiddelen
Bijwerkingen in relatie tot hogere doses dan de aanbevolen hoeveelheid chroom zijn onder andere niertoxiciteit, ernstige ziekte ten gevolge van de afbraak van rode bloedlichaampjes, een verminderd aantal bloedplaatjes en slechte werking van de lever. Andere nadelige bijwerkingen zijn huiduitslag en stemmingswisselingen. Onderzoek heeft aangetoond dat hoge doses en langdurig gebruik van chromium picolinaat veilig is.

Andere geneesmiddelen hebben unieke effecten op chroom. Steroïden kunnen de voorraad chroom in het lichaam uitputten. Histamine-blokkers, zoals het zonder recept verkrijgbare Pepcid, en protonpomp(maagzuur)remmers zoals het zonder recept verkrijgbare Prilosec, kunnen de opname van chroom in het lichaam blokkeren. Bepaalde medicijnen en vitaminen zoals ontstekingsremmers (ibuprofen) en vitamine C, kunnen de opname van chroom stimuleren. Chroom in combinatie met zink kan de absorptie van beide nutriënten in de weg staan. Ten slotte kan een lage bloedsuikerspiegel een gevolg zijn van de combinatie chroom en insuline of andere antidiabetica.

Uit: Guide to Herbs & Nutritional Supplements – Laura Shane-McWhorter – The American Diabetes Association

Chia zaad

Chia zaad

Chia zaad
Salvia Hispanica

Chia is sinds kort populair als voedingssupplement voor diabetici. Het woord chia is afgeleid van het Azteekse woord voor olieachtig. De Latijns-Amerikaanse plant behoort tot de muntsoorten en kan een meter hoog worden, met paarse of witte bloesem in clustervorm aan de stam. Ze staan bekend als de ‘chia-speeltjes’, scheuten van zaadjes op kleifiguren. Chiazaad werd op televisie en internet bejubeld als ‘super food’.

Toepassing
Chiazaad wordt gebruikt in voedingssupplementen en wordt ook aan de voeding toegevoegd. De zaden bevatten plantaardige omega-3 vetzuren, een alfa-linoleenzuur. Ze bevatten ook vezels, proteïnen, calcium, magnesium, ijzer en antioxidanten. De smaak van de zaadjes wordt omschreven als nootachtig en aangenaam. Sommige diabeten eten chiazaadjes om hun glucosespiegel na het eten te verlagen, een effect dat wellicht te danken is aan het hoge gehalte oplosbare vezels.

Dosering
In recent onderzoek werd dagelijks 37 gram chiazaad geconsumeerd. De zaadjes kunnen echter ook over salades, in de soep of in de yoghurt worden gestrooid. Sommige bronnen op internet bevelen een hoeveelheid van enkele theelepels per dag aan, door de maaltijd.

Onderzoek
Een afzonderlijke studie heeft het gebruik van chia door diabetes-patiënten beschreven. Een strijdpunt was nog welke soort zaadjes beter zouden zijn, de zwarte of de witte. Sommige mensen adviseren de zwarte chiazaadjes omdat ze minder duur zijn dan de witte.

In het hierna beschreven onderzoek werd gebruikgemaakt van witte chiazaadjes in de vorm van een specifiek fabrieksproduct met de naam Salba.

  • In het onderzoek werden twintig patiënten met diabetes type 2 willekeurig gekozen voor een dagelijkse dosis van 37 g chia per dag; anderen kregen een tarwezemelenplacebo (een neppil). De onderzoekers wisten dat de patiënten chia kregen toegediend, maar de patiënten zelf wisten dat niet. Na 12 weken werden de patiëntengroepen onderling verwisseld, na een wash-out periode van 4-6 weken. In de chia-groep namen de A1C-waarden – een meting van de gemiddelde bloedglucosewaarde over 3 maanden – significant af, van 6,9 naar 6,7%, maar veranderden niet in de placebogroep (6,9% in het begin en na 12 weken). De systolische bloeddruk nam aanzienlijk af in de chia-groep – van 129 naar 123 mmHG, maar nam toe in de placebogroep, van 122 naar 129 mmHg. De diastolische bloeddruk nam ook af in de chia-groep, maar de verandering was niet significant (van 81 naar 78 mmHg). De diastolische bloeddruk in de placebogroep nam toe (van 76 naar 79 mmHg). Andere symptomen van hart- en vaatziekten in de chia-groep lieten ook verbetering zien.

Bijwerkingen en wisselwerking met geneesmiddelen
Bijwerkingen van chia-zaad zijn onder andere toename van triglyceriden bij mensen die al hoge triglyceride-waarden hebben. Het onderzoek met Salba liet echter geen stijging van triglyceriden zien bij de deelnemers. Een andere mogelijke bijwerking van hoge doses alfa-linoleenzuur via de voeding is een verhoogd risico op vergevorderde prostaatkanker; mannen met voorbodes van prostaatkanker kunnen chiazaad dus beter vermijden. Laboratoriumtesten betreffende het totale cholesterolgehalte, de nierfunctie of neiging tot bloedklontering lieten geen nadelige effecten zien door chiazaadjes.

Uit: Guide to Herbs & Nutritional Supplements – Laura Shane-McWhorter – The American Diabetes Association

Banaba blad

Banaba blad

Banaba-blad
Lagerstroemia speciosa

Andere benamingen
Queen’s Crape Myrtle, Queen’s Flower, Pride of India

Banaba is een soort crêpe mirte die op de Filippijnen, in India, Maleisië en Australië groeit. Deze tropische, bloeiende boom heeft felrose tot paarse bloesem waarvoor nootachtige vruchten in de plaats komen. De leerachtige bladeren worden in de herfst roodoranje. In de volksgeneeskunde op de Filippijnen worden banaba-bladeren gebruikt om thee te zetten ter behandeling van diabetes.

Toepassing
Banaba is sinds kort populair in de Verenigde Staten ter behandeling van diabetes type 2. Van de bladeren wordt een oraal supplement gemaakt, met banaba als enige of als een van de ingrediënten. Vermoedelijk stimuleren de actieve ingrediënten van banaba de cellen tot de opname van glucose en heeft de stof dus insulineachtige eigenschappen.

Het effect van banaba op de bloedsuikerspiegel is echter niet bewezen middels grootschalig, nauwgezet langetermijnonderzoek. Het effect ervan op de A1C – een meting van de gemiddelde bloedglucose over 3 maanden – is nooit gemeld. Er is geen informatie bekend over de effecten van langdurig gebruik bij mensen.

Banaba wordt gebruikt in producten met meerdere ingrediënten voor gewichtsverlies, maar is op dit effect bij mensen nooit onderzocht. De mogelijke effecten voor gewichtsverlies zijn gebaseerd op onderzoek bij dieren.

Banaba-bladeren worden ook als diureticum- en laxeersupplement gebruikt (om de maag te legen). De wortels worden gebruikt ter behandeling van maagklachten.

Dosering
In onderzoeken werd banaba door wetenschappers in een dagelijkse hoeveelheid van 16-48 mg gebruikt. Uit een kleinschalig onderzoek bleek dat het meeste resultaat werd geboekt bij een dagelijkse dosis van 48 mg in de vorm van een soft-gelcapsule met 1% corosolic zuur.

Onderzoek
Een uiterst kleinschalig onderzoek wijst uit dat banaba de bloedglucosespiegel kan helpen verlagen bij mensen met diabetes type 2. De auteurs meldden echter alleen een procentsgewijze verlaging van de glucose in het bloed en geen actuele waarden.

  • In het onderzoek werden tien patiënten met diabetes type 2 bestudeerd die gedurende vijftien dagen drie verschillende doseringen banaba namen (16, 32 of 48 mg) in de vorm van soft- of hard-gelcapsules. De patiënten staakten 45 dagen voor het onderzoek met het innemen van hun gebruikelijke antidiabetica. Tegen het einde van de onderzoeksperiode toonden de patiënten die 32- en 48-mg soft-gels namen een vermindering van respectievelijk 11% en 30% in hun basiswaarden van bloedsuiker. Bovendien toonden patiënten die de dosis van 48 mg namen, een significante afname van 20% in hun basiswaarden voor bloedglucose.

Bijwerkingen en wisselwerking met geneesmiddelen
Er zijn geen nadelige bijwerkingen of wisselwerking met andere geneesmiddelen gemeld. Je moet echter voorzichtig zijn met lage bloedsuikerwaarden en de inname van banaba in combinatie met antidiabetica of andere voedingssupplementen die wellicht de bloedsuikerwaarden verlagen. Zoals met elk supplement kun je het beste je huisarts of apotheker raadplegen als je banaba-extract inneemt of wilt gaan innemen.

Uit: Guide to Herbs & Nutritional Supplements – Laura Shane-McWhorter – The American Diabetes Association

Alfa-liponzuur

Alfa-liponzuur

Alfa-liponzuur

Andere benaming
thioctinezuur

Alfa-liponzuur is een vitamineachtige stof en antioxidant: een substantie die de cellen beschermt tegen de schadelijke effecten van oxidatieve stress. De wetenschappelijke theorie is dat oxidatieve stress tot ziekten als kanker, hartkwalen en diabetes kan leiden. Alfa-liponzuur wordt in de lever aangemaakt. Bovendien zit deze krachtige antioxidant in broccoli, spinazie, aardappelen, gist en lever. In laboratoria kunnen wetenschappers langs synthetische weg alfa-liponzuur bereiden, dat daarna geïnjecteerd kan worden, of in de vorm van tabletten of capsules kan worden ingenomen.

Toepassing
Diabeten gebruiken alfa-liponzuur ter behandeling van schade aan de structuur en werking van de zenuwen aan handen en voeten (ook wel perifere neuropathie genoemd). Deze pijnlijke zenuwaandoening kan verscheidene symptomen veroorzaken, zoals branderige voeten, problemen met het gebruik van de handen en moeilijk lopen. Men vermoedt dat oxidatieve stress een rol speelt in de voortschrijdende zenuwschade als gevolg van diabetes. Als antioxidant kan alfa-liponzuur oxidatieve stress afremmen en pijnklachten verminderen. Niet bewezen is dat alfa-liponzuur zenuwschade door diabetes – diabetische neuropathie – voorkómt. Bovendien heeft onderzoek niet kunnen aantonen dat alfa-liponzuur de bloedglucosewaarden significant zou verlagen.

Hoewel alfa-liponzuur al enige jaren wordt toegepast in Duitsland is in de Verenigde Staten nog niet voldoende onderzocht of alfa-liponzuur de voortschrijding van zenuwschade daadwerkelijk afremt, of alleen de symptomen ervan verzacht. Om meer te weten te komen over het gebruik is langetermijnonderzoek nodig.

Alfa-liponzuur wordt ook ter behandeling van veel andere aandoeningen gebruikt, zoals Parkinson, Alzheimer, grauwe staar en glaucoom.

Dosering
De aanbevolen hoeveelheid alfa-liponzuur is meestal 600 tot 1.200 mg per dag.

Onderzoek
Alfa-liponzuur werd in een aantal gerandomiseerde, dubbelblinde onderzoeken met placebo-controlegroepen bestudeerd (onderzoeksmethode volgens de gouden standaard). Over het algemeen hebben deze onderzoeken aangetoond dat alfa-liponzuur symptomen van pijnlijke diabetische neuropathie vermindert in vergelijking met een placebo (neppil).
Eén reeks onderzoeken wordt met ‘de ALADIN-testen’ aangeduid (Alpha-Lipoic Acid in Diabetic Neuropathy).

  • In het eerste ALADIN-onderzoek kregen 260 diabetes type 2- en diabetische neuropathie-patiënten eenmaal daags injecties met alfa-liponzuur in variërende doses (100, 600 of 1200 mg) toegediend, óf een placebo. Het geheel van symptomen van zenuwschade nam af bij degenen die alfa-liponzuurinjecties hadden gekregen -ongeacht de dosis – versus degenen die een placebo kregen. Branderigheid, tintelingen, gevoelloosheid en stijfheid namen aanzienlijk af bij de patiënten die 600 tot 1200 mg slikten versus de patiënten die een placebo kregen. De pijn verminderde aanzienlijk, maar dan alleen bij de 600 mg-groep versus de placebogroep. De neurologische invaliditeitsscore van de patiënten – die trillingen, speldenprikken, enkelreflexen en temperatuurgevoeligheid meet in de grote teen – nam af, maar de afname was alleen significant bij de groep die 1200 mg kreeg in vergelijking met de placebogroep. De A1C-waarden, de gemiddelde bloedglucosewaarde over 3 maanden – lieten in alle groepen verbeteringen, maar niet spectaculair.
  • In het tweede ALADIN-onderzoek kregen 65 patiënten met diabetes type 1 of 2 en zenuwschade, vijf dagen achtereen een injectie met alfa-liponzuur of een placebo. Daarna kregen patiënten dagelijks gedurende twee jaar een tablet alfa-liponzuur van 600 of van 1200 mg of een placebo. Onderzoekers maten verbeteringen wat betreft zenuwschade bij de patiënten. Patiënten die een van de twee doses alfa-liponzuur kregen, vertoonden aanzienlijke verbeteringen versus de placebogroep, maar niet voor alle soorten zenuwschade. De neurologische invaliditeitsscore van de patiënten nam niet af, maar de steekproef onder patiënten was wellicht te klein om veranderingen te ontdekken. De A1C-test liet geen aanzienlijke vermindering zien, hoewel de A1C na twee jaar in de 1200 mg-groep afnam van 9 naar 8 procent.
  • In het derde ALADIN-onderzoek werden 503 diabetes type 2-patiënten onderzocht. Eén groep patiënten kreeg 3 weken achtereen een 600 mg-injectie alfa-liponzuur en daarna driemaal daags óf een 600 mg-tablet alfa-liponzuur óf zes maanden lang een placebo. De andere groep kreeg drie weken lang een placebo-‘injectie’, gevolgd door een placebotablet, 6 maanden lang. De zenuwschade nam na 19 dagen af in beide groepen patiënten die alfa-liponzuur kregen versus de placebo. Na 7 maanden echter was er geen aanmerkelijk verschil in zenuwschadescores tussen de twee groepen.
  • In een ander onderzoek werden 120 patiënten geëvalueerd die vijf maal per week alfa-liponzuur namen gedurende in totaal 14 behandelingen. De symptomen werden hier wel aanmerkelijk minder.
  • Een follow-uponderzoek hiervan evalueerde drie verschillende doses alfa-liponzuur (600, 1200 of 1800 mg) versus een placebo gedurende 5 weken bij 181 diabetes-patiënten. De totale symptoomscores namen bij respectievelijk 51, 48 en 52 procent aanzienlijk af in de controlegroepen die alfa-liponzuur kregen versus 32 procent in de placebogroep.
  • In een ander onderzoek werden de resultaten van een aantal studies naar alfa-liponzuur bij mensen met zenuwschade door diabetes vergeleken. De studie toonde aan dat bij 53 procent van de patiënten die alfa-liponzuur kregen versus 37 procent die een placebo kregen, de symptoomscores waren verbeterd.
  • NATHAN I (Neurological Assessment of Thioctic Acid) is een doorlopend langetermijn-, multicentrumonderzoek in Noord-Amerika en Europa dat de rol van alfa-liponzuur uittest dat oraal wordt toegediend ter voorkoming en behandeling van diabetische neuropathie. Een follow-uponderzoek – NATHAN II – bestudeert op dit moment alfa-liponzuur ter verlichting van pijnlijke neuropathiesymptomen, maar tijdens het verschijnen van dit artikel waren de resultaten nog niet bekend.

Bijwerkingen en wisselwerking met geneesmiddelen
Tot nu toe werden er geen ernstige bijwerkingen van alfa-liponzuur gemeld, ook al wordt het intraveneus en in langlopende testen toegediend. Je kunt echter allergische reacties ondervinden door inname van alfa-liponzuur: het kan misselijkheid, braken of duizeligheid tot gevolg hebben.

Er wordt beweerd dat alfa-liponzuur de schildklier kan aantasten; raadpleeg dus de huisarts of je schildklierwaarden getest moeten worden. Onderzoek bij dieren heeft aangetoond dat hoge doses alfa-liponzuur schadelijk kunnen zijn als er sprake is van thiaminetekort (vitamine B1). Raadpleeg je huisarts over deze bijwerking, met name als je regelmatig veel alcohol drinkt en om die reden wellicht thiaminetekort hebt. Je huisarts zal je misschien adviseren thiaminesupplementen te nemen, maar neem die alleen op zijn of haar advies. Sommige niet-wetenschappelijk onderbouwde studies wijzen erop dat alfa-liponzuur of andere antioxidanten de positieve effecten van chemotherapie kunnen verminderen; bespreek ook deze bijwerking met je huisarts.

Houd je bloedsuikerwaarden nauwkeurig bij als je alfa-liponzuur en antidiabetica als sulfonylureum neemt. Er kan zich een lage bloedsuikerspiegel voordoen. Bovendien moet je niet tegelijkertijd alfa-liponzuur en antaciden slikken omdat je lichaam in dat geval het alfa-liponzuur niet goed opneemt. Zorg dat er enkele uren tussenzit bij inname van beide geneesmiddelen.

Uit: Guide to Herbs & Nutritional Supplements – Laura Shane-McWhorter – The American Diabetes Association

Diabetes

Diabetes

Onderstaand een overzicht van samenvattingen van wetenschappelijke onderzoeken naar natuurlijke producten die een positieve invloed hebben op diabetes (type I en II). Deze producten kunnen een natuurlijke oplossing zijn voor diabetes (type 2) en afbouw van medicijnen op termijn is niet ongebruikelijk. Onthoud dat deze producten nooit ter vervanging van medicijnen kunnen dienen en dat de afbouw van medicijnen altijd in overleg met, en onder toeziend oog van, een arts dient te gebeuren.

  • Alfa-liponzuur
  • Aloe vera
  • Banaba blad
  • Chia zaadjes
  • Chroom
  • Co-enzyme Q10
  • Fenegriek (Fenugreek)
  • Ginkgo Biloba
  • Gymnema Sylvestre
  • Heilige Basilicum (Holy basil)
  • Magnesium
  • Mariadistel
  • Kaneel
  • Omega 3 visolie
  • Panax Gingseng
  • Vitamine E
  • Zink

Bron:
Guide to Herbs & Nutritional Supplements – Laura Shane-McWhorter – The American Diabetes Association.
Vertaling Renée de Graaf

Disclaimer: Deze artikelen worden slechts ter informatie gepubliceerd en zijn geen (medisch) advies. Toepassing van deze informatie is volledig op eigen risico.

Vaak moe na het eten

Vaak moe na het eten? Tips om een energiedip te voorkomen

Velen zal het bekend voorkomen: een half uur na de lunch zit je weer aan je bureau of in een vergadering, maar het lukt je bijna niet meer om je ogen open te houden. Of: na de avondmaaltijd plof je volkomen uitgeblust op de bank en betrap je jezelf erop dat je in slaap valt terwijl je favoriete televisieprogramma nog moet beginnen. Hoe komt het dat je moe bent na het eten? En hoe kun je zo’n energiedip voorkomen?

Waarom word je moe na het eten?

Er zijn een aantal redenen waarom je na het eten vaak moe wordt. De eerste reden is je biologische klok, die ervoor zorgt dat je lichaamstemperatuur ergens tussen 14 en 16u standaard een tandje lager wordt gezet. Het gevolg daarvan is dat je lichaam melatonine gaat produceren, en daarvan wordt je een beetje slaperig. Die dip is dus volkomen natuurlijk, en er zijn zelfs culturen die goed luisteren naar die interne lichamelijke klok. De Spanjaarden bijvoorbeeld nemen na de lunch een paar uurtjes vrij om van hun siësta te genieten. Toch speelt je biologische klok relatief maar een kleine rol in de dip, want ook na de avondmaaltijd hebben veel mensen geen puf meer over om ook nog maar iets te doen. Dit komt door je voedingspatroon, de tweede en grootste boosdoener van energiedips.

Welke voedingsstoffen zijn verantwoordelijk voor een energiedip?

Je lichaam heeft elke dag een grote variatie aan eiwitten, vetten, complexe koolhydraten, vitamines en mineralen nodig om onder andere energie uit te halen, maar als je lichaam die niet krijgt kan het niet goed functioneren. Je kunt het vergelijken met een auto, als je daar niet de juiste brandstof in stopt houdt hij vroeg of laat op met rijden. Wat je eet bepaalt dus in grote mate hoeveel energie je hebt om de dag door te komen. Een ongezond voedingspatroon geeft je lichaam niet alleen minder energie, het kost je lichaam ook meer energie, en een direct gevolg daarvan is dat je jezelf futloos en moe voelt.

Er zijn een aantal voedingsstoffen die voor een flinke energiedip kunnen zorgen, ook al lijkt het in eerste instantie dat ze juist heel veel energie geven (voor een toelichting zie het volledige artikel op de Superverbrandermethode ledensite, dit is een samenvatting):

  • Suikers
  • Koolhydraten
  • Transvetten

Tips voor een gezonde energierijke maaltijd

Vooral koolhydraten en suikers kunnen ervoor zorgen dat je een flinke dip krijgt. Toch is het helemaal niet zo moeilijk om ervoor te zorgen dat je bloedsuikerspiegel stabieler blijft. Met een paar slimme tips en trucs voorkom je sterke pieken en diepe dalen in je bloedsuikerspiegel, en zo maak je het lichaam ook meteen gevoeliger voor insuline:

  • Vermijd suikers en snelle koolhydraten zoveel mogelijk. In plaats van brood, ontbijtgranen en gewone pasta kun je beter kiezen voor zilvervliesrijst, bruine rijst, zoete aardappel, chiazaadjes, amaranth, quinoa, havermout, boekweit, gierst, teff, rijstwafels en speciale glutenvrije pasta’s en meelsoorten.
  • Voeg altijd goede eiwitten en gezonde vetten toe, want deze zorgen ervoor dat voeding trager wordt opgenomen in je lichaam, waardoor je langer een verzadigd gevoel hebt en langer kunt putten uit je energievoorraad.
  • Neem eventueel wat superfoods om je insulinegevoeligheid te vergroten, zoals: magnesiumolie, omega-3 visolie of krill olie, alfa-liponzuur, chroom en resveratrol. Klik hier voor meer informatie over superfoods die insulinegevoeligheid kunnen vergroten.
  • Er zijn nog een flink aantal andere tips die je helpen je energieker te voelen maar die niet in deze lijst voorkomen. Ze worden genoemd in het volledige artikel (dit is een samenvatting), zie onderaan voor verwijzing.

Voorbeelden van maaltijden die je langdurig energie geven

Het ontbijt, de lunch en de avondmaaltijd zijn niet bedoeld om je maag simpelweg vol te stouwen, maar om lekker van te genieten en je lichaam te voorzien van alle stoffen die het nodig heeft om bijvoorbeeld te kunnen werken, te sporten of met je kinderen op pad te gaan. Het is dus belangrijk om te beseffen wat je eet, zodat je lijf optimaal van de energie uit je voeding gebruik kan maken. Hier volgen wat voorbeelden van heerlijke maaltijden die je lichaam veel energie geven:

  • Verse vis met gestoomde groenten en een salade besprenkeld met wat zaden
  • Zoete aardappel met gestoomde groentes met kiemen en een notenpasta als saus erover
  • Havermoutpap in kokosmelk met groene appel, kaneel en stukjes walnoot

Mocht je wat meer aandacht willen besteden aan je voedingspatroon en je insulinegevoeligheid willen bevorderen dan kun je het beste het voedingsprogramma Gezonde Gewoontes volgen.